samenvatting

Het rooms-katholieke geloof is in sommige opzichten de ultieme ontkenning van aardse verschillen. Het maakt geen onderscheid tussen volken en landen en is in die zin non-territoriaal. Bedevaart is een belangrijke uiting van het rooms-katholieke geloof en richt zich inderdaad voornamelijk op het hiernamaals in plaats van het ‘hier en nu’. Zo genoten pelgrims in de laat-middeleeuwse bloeitijd van de Europese bedevaart vaak speciale privileges die hen vrijstelden van aardse verplichtingen: ze hoefden geen belasting te betalen en kregen aan het einde van hun reis een aflaat die hen toegang gaf tot de hemel.

Toch is een bedevaart meer dan een reis om in contact te komen met het bovennatuurlijke. Een bedevaart vindt immers plaats op aarde en heeft daarom onvermijdelijk ook te maken met ‘aardse’ en culturele verschillen. Sommige heiligen blijken dan ook een duidelijke voorkeur te hebben voor een volk of land. In zulke gevallen is de verering van deze heilige – en van het bijhorende heiligdom – onderdeel geworden van de geschiedenis en culturele identiteit van een natie of staat. Hiermee hebben leiders een krachtig middel in handen om hun rijk te legitimeren of om eenheid onder het volk te creëren. Mariazell (Oostenrijk), Montserrat (Catalonië), maar ook Santiago de Compostela (Spanje), Jasna Góra (Polen) en Altötting (Beieren) zijn allemaal in de loop van hun geschiedenis een onmiskenbaar onderdeel geworden van de identiteit van een volk of staat.

Deze studie gaat in op de betekenis van de drie laatstgenoemde heiligdommen en analyseert de effecten van territorializering, deterritorializering en reterritorializering. De recente opkomst van transnationale, supranationale en subnationale identiteiten krijgt extra aandacht, omdat deze opkomst een direct effect heeft op het bestaansrecht van nationale heiligdommen. Mensen identificeren zich tegenwoordig immers niet alleen met verschillende territoriale schaalniveaus, maar voelen zich ook steeds vaker aangetrokken tot globale en transnationale waarden. Leidt deze veranderende territoriale orde tot een opleving van religieuze tradities als bindende factor voor nieuwe territoriale gemeenschappen? Of zal de verminderende territoriale factor juist leiden tot het einde van de symbiose, met als gevolg bijvoorbeeld een versterking van de transnationale eigenschappen van dit soort heiligdommen? Deze studie gaat ook in op de effecten van secularisering en toenemend religieus pluralisme omdat deze recente ontwikkelingen invloed hebben op de territoriale eigenschappen van staatsreligies. Daarnaast heeft elk van de drie heiligdommen te maken met individuele uitdagingen, zoals de lastige erfenis van Franco’s repressieve gebruik van de begrippen natie en patriottisme (Santiago de Compostela), de eeuwenlange overheersing van Polen door buitenlandse en voornamelijk niet-katholieke machten (Jasna Góra) en de negentiende-eeuwse fusie tussen katholiek ‘Oud Beieren’ en multi-confessioneel ‘Nieuw Beieren’ (Altötting).

De studie begint met een historische beschrijving van de verschillende functies van deze drie nationaal heiligdommen. Dit deel beargumenteert dat de nationale betekenis van Santiago de Compostela en Altötting lange tijd vrijwel uitsluitend de heersers van Spanje en Beieren diende en van beperkte betekenis was voor de Spaanse en Beierse bevolking zelf. Jasna Góra was een heel ander soort nationaal heiligdom: het representeerde eeuwenlang uitsluitend de Poolse natie en sloot daarmee expliciet de staat uit waarin dit volk zich bevond. Vervolgens behandelt de studie de effecten van recente politiek-territoriale en culturele ontwikkelingen. Dit deel laat zien dat geen van de drie nationale heiligdommen afstand heeft gedaan van haar ‘natuurlijke’ territorium. In plaats daarvan blijkt de veranderende territoriale en culturele orde een gevoel van bewustwording van de aanwezigheid van de ‘ander’ met zich mee te brengen. Hierdoor ontstaat de behoefte om de eigen identiteit te herzien (Spanje), opnieuw te onderhandelen (Polen) of juist te bewaren (Beieren). In elk van deze behoeften blijken nationale heiligdommen nog altijd te kunnen voorzien. De drie nationale heiligdommen illustreren hiermee de tegenstelling tussen de veranderende territoriale en culturele orde en het blijvend belang van religieuze representaties voor territoriale gevoelens van samenhorigheid.

Toch is het onjuist om de functies van de drie nationale heiligdommen op dezelfde manier te interpreteren. Het aanbod van religieuze tradities moet immers aan de vraag voldoen. Aangezien de veranderende betekenis van territorialiteit in elk van drie ‘natuurlijke’ territoria anders wordt ervaren, dragen de heiligdommen ook op verschillende manieren bij aan de culturele geografie van Spanje, Polen en Beieren. Zo leidt de huidige perceptie van de Spaanse geschiedenis tot de herleving van het imago van Sint Jacob als pelgrim (Santiago Peregrino). Sint Jacob symboliseert nu de Spaans-oecumenische roep om eenheid in Spanje, Europa en zelfs daarbuiten. Jasna Góra daarentegen weerspiegelt veel meer de dualiteit in de Poolse samenleving voor zowel de definitie van de Poolse identiteit als de christelijke aspiraties van Polen in Europa. Altötting, tenslotte, blijft een onderdeel vormen van de culturele identiteit van de moderne Beierse staat en functioneert als katholieke, Oud Beierse bijdrage aan de moderne, seculiere ‘integrale Beierse staatsidentiteit’.

De conclusie van deze studie is dat geen van de drie heiligdommen definitief onderdeel geworden is van nieuwe territoriale of non-territoriale identiteiten. In plaats daarvan bieden ze hun ‘natuurlijke’ territorium een krachtig middel om de huidige Spaanse seculiere en Europese koers te ondersteunen (Santiago de Compostela), om de Poolse identiteit te herzien in het licht van de taak van Polen in Europa (Jasna Góra), of om de culturele waarden die historisch gezien tot Beieren behoren te
behouden (Altötting).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>