Tagarchief: jongerentaal

Genezen, genas, genozen

Vorige week kreeg ik een heerlijk boekje in handen van Dick Kaat, ‘Genezen, genas, genozen’. Het staat vol rake missers van leerlingen. Een kleine selectie:

Uit een opstel

Onze juf was een aardige vrouw en we hoefden nooit school te blijven, omdat ze anders de bus miste.

Vraag en antwoord

Vraag: Noem eens een schrijver die soms wat ouderwets is in zijn taalgebruik.

Antwoord: Gerard Reve, die schrijft nogal agrarisch.

Definities

  • een cineast – iemand die alles cynisch bekijkt
  • een filantroop – iemand die naar de tropen gaat
  • iemand voor het hoofd stoten – als je iemand niet graag mag, geef je hem zo nu en dan een dreun

Uit: ‘Genezen, genas, genozen’, Dick Kaat, Keesing Uitgeversmaatschappij Amsterdam (1987)

Biiii!

‘Biiiiii! Biiiiiiiiiiihiiiiiii! Biiiiii!,’ gilt Elsa. Dikke tranen rollen over haar wangen.

‘Daar is je bi,’ zeg ik terwijl ik naar haar poppenwieg wijs. Elsa drentelt er naartoe, steekt de bi in haar mond en snuift tevreden. Elsa wil geen speen, Elsa wil bi. Waarom heet dat ding bi? Geen idee, maar ik heb dat woord snel van haar overgenomen, al was het maar om de lieve vrede te bewaren.

Elsa werd anderhalf en ging voor het eerst naar de crèche. ‘Het ging best goed,’ zei de leidster, ‘maar wat is toch bi? Ik begreep haar niet en dan werd ze me toch kwaad.’

Zo gebruikte Elsa op de crèche een woord dat alleen bij ons thuis bekend is. Bi leidde bij de leidster tot verwarring en bij Elsa tot frustratie en woede. Voor Elsa was bi duidelijk, voor de leidster van de crèche niet. Bi was vaagtaal.

De volgende dag sprak de leidster natuurlijk ook bi. En bi bekt lekker, zo lekker dat de kinderen in Elsa’s groep nu ook een bi hebben. Op hun beurt hebben zij bi ingevoerd in hun gezin. Geleidelijk aan verovert bi zo de hele crèche, het hele dorp en wie weet heel Nederland. Taal is een veranderlijk wezen en bi is vaagtaal-af.

Of, zoals Elsa zegt: ‘Biiii! Mooooi!’