Tagarchief: Afghanistan

Afghanistan tot de grond aan toe opbouwen

Vaagtaal en de missie in Afghanistan, het blijft actueel. Is er nu wel of niet sprake van opbouw of wederopbouw? Was het echt een wederopbouwmissie en wat is er dan opgebouwd? En, hoe bouw je een opbouwmissie op de juiste manier af en dan weer op?

Nu wordt het misschien een trainingsmissie… ondersteund door F-16’s en militairen, maar die mogen alleen in ‘acute noodsituaties’ optreden. Voor- en tegenstanders proberen elkaar – alweer – te verleiden met woorden.

In ons boek ‘Vaagtaal’ waarschuwden we al voor de gevaren en gevolgen van vaagtaal, het blijft actueel. Een citaat:

"Door vaagtaal ging Nederland zelfs op oorlogspad in het verre Afghanistan. Zo gevaarlijk is vaagtaal. Onzin? De relatie tussen vaagtaal en de oorlog in Afghanistan vergezocht?

Nou kijk, vroeger was er geen grotere eer dan als soldaat te sterven voor het vaderland. Nu is daar nauwelijks nog iemand voor te porren. Ook voor de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan was aanvankelijk weinig maatschappelijke steun. Het woord ‘oorlog’ riep te veel het beeld op van uiteengereten ingewanden, uitgesmeerd over een stoffig marktplein na een precisiebombardement. Oorlog was niet te verkopen aan de Nederlandse burger en daarom politiek niet haalbaar. De politieke elite wilde bondgenoot Amerika echter niet afvallen en riep de hulp in van een taaltovenaar. Na wat politieke schermutselingen kon de Nederlandse missie dan toch doorgaan en voeren onze jongens in Afghanistan robuuste opbouwwerkzaamheden uit. Met zorgvuldig gekozen woorden heeft de regering de emotionele lading van oorlog buitenspel gezet en het maatschappelijk denken veranderd. In werkelijkheid is er natuurlijk geen verschil tussen een opbouwmissie en een oorlog. Ook tijdens opbouwwerkzaamheden worden Nederlandse soldaten uiteengereten door bermbommen en schieten kameraden elkaar per ongeluk dood in een uitwisseling van vriendelijk klinkend maar levensgevaarlijk friendly fire. Zoals dat in elke oorlog gaat.

Uiteraard was er ook kanonnenvoer nodig voor deze opbouwwerkzaamheden. Dat bleek lastig. De dienstplicht is al jaren geleden afgeschaft en niemand staat nog te springen om Jan Soldaat te worden. Gelukkig bood vaagtaal ook hier uitkomst. De soldaat is dood, lang leve de professional voor vrede en veiligheid! Wat zeg je? Jawel, professional voor vrede en veiligheid. Dat klinkt professioneel en roept een nobel en vredelievend beeld op. Dat riekt naar alles, behalve naar kanonnenvoer. En toch blijft onze professional voor vrede en veiligheid gewoon een soldaat. Met vaagtaal is de oorlog in Afghanistan veranderd in een taalkundige idylle waar je onmogelijk tegen kunt zijn. Tegelijkertijd schuilt de kracht van deze vaagtaal in een paradox. Kritiek op de opbouwwerkzaamheden is taboe. Net als hardop zeggen dat we gewoon oorlogvoeren taboe is, juist omdat we dondersgoed weten hoe gevaarlijk die opbouwwerkzaamheden zijn. Kritiek op de opbouwwerkzaamheden staat gelijk aan kritiek op onze jongens.

Een doodzonde! Wij moeten als één man achter onze jongens staan. Zij zijn het die de kastanjes voor ons uit het vuur halen. Wij zijn trots op hen, dankzij vaagtaal."

Opbouwend duidelijk over Afghanistan

In het Reformatorisch Dagblad van vrijdag 20 november 2009 was Jaap de Hoop Scheffer, oud secretaris van de Navo, opvallend duidelijk:

  • Wees eerlijk en noem Afghanistan geen wederopbouwmissie. Er moest en moet gevochten worden.

Zou De Hoop Scheffer ons boek hebben gelezen? Daar schrijven we immers:

Door vaagtaal ging Nederland zelfs op oorlogspad in het verre Afghanistan. Zo gevaarlijk is vaagtaal. Onzin? De relatie tussen vaagtaal en de oorlog in Afghanistan vergezocht?

Nou kijk, vroeger was er geen grotere eer dan als soldaat te sterven voor het vaderland. Nu is daar nauwelijks nog iemand voor te porren. Ook voor de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan was aanvankelijk weinig maatschappelijke steun. Het woord ‘oorlog’ riep te veel het beeld op van uiteengereten ingewanden, uitgesmeerd over een stoffig marktplein na een precisiebombardement. Oorlog was niet te verkopen aan de Nederlandse burger en daarom politiek niet haalbaar.

De politieke elite wilde bondgenoot Amerika echter niet afvallen en riep de hulp in van een taaltovenaar. Na wat politieke schermutselingen kon de Nederlandse missie dan toch doorgaan en voeren onze jongens in Afghanistan robuuste opbouwwerkzaamheden uit. Met zorgvuldig gekozen woorden heeft de regering de emotionele lading van oorlog buitenspel gezet en het maatschappelijk denken veranderd. In werkelijkheid is er natuurlijk geen verschil tussen een opbouwmissie en een oorlog. Ook tijdens opbouwwerkzaamheden worden Nederlandse soldaten uiteengereten door bermbommen en schieten kameraden elkaar per ongeluk dood in een uitwisseling van vriendelijk klinkend maar levensgevaarlijk friendly fire. Zoals dat in elke oorlog gaat.

(dit citaat staat in het gratis hoofdstuk dat op managementboek.nl te vinden is)

De fiets als journalistieke modegril

Nieuwsmedia houden elkaar angstvallig in de gaten en kopiëren elkaar. Zo kan het gebeuren dat iets eenvoudigs als de oer-Hollandse fiets ineens overal opduikt. De fiets als wereldnieuws.

‘Drie Duitsers en een Ier op de fiets ontvoerd in zuiden Iran’

Het ontvoeren van toeristen kan een lucratieve bezigheid zijn, maar het blijft een gevaarlijk beroep, dat ontvoeren. Zeker in arme landen waar de ontvoerders geen geld hebben voor een deugdelijke vluchtauto. De fiets biedt dan uitkomst.

Nederlands opbouwsucces: Afghaanse militairen leren fietsen

‘In werkelijkheid maken de Amerikanen nog steeds de dienst uit. Achter de schermen hebben Amerikaanse officieren in Kaboel al veel druk uitgeoefend op de Nederlanders om zich te gaan concentreren op het vechten en hun wederopbouwidealen te laten voor wat ze zijn. Daar doorheen fietst het steeds actiever wordende nationale leger van Afghanistan.’