Regel 23 Hou je aan één stijl | geef stijlbreuken een taalverbandje

Van verheven breedsprakigheid tot platvloerse banaliteit: iedere tekst heeft zijn eigen stijl. Maar wat als die stijl voortdurend en lukraak wisselt? Dan raak je je lezer kwijt. Die ergert zich groen en geel en raakt het spoor bijster. Wat bedoelt de schrijver daar nu weer mee? Moet dat zo obsceen? Waarom ineens zo hoogdravend? Val niet uit de toon en voer als lezer een strakke regie over je verhaal.

25 Elementaire schrijfregels | Schrijven in vijf stappen

De verteller van je tekst: camerastandpunt
Lees dit citaat uit de notulen van een bewonersvereniging eens hardop:

Stijlbreuken zorgen voor onduidelijkheid en ergernis bij de lezerDe voorzitter van de bewonersvereniging opende de vergadering met een welkomstwoord. Hij sprak zijn verheugdheid uit over het feit dat iedereen aanwezig was en liet de notulen van de vorige bijeenkomst vaststellen. Jansen van nummer 14 keek ondertussen verveeld uit het raam en plukte ondertussen aan zijn goed verzorgde ringbaardje dat Pieterse van nummer 16  juist zo verafschuwde. De plannen voor de vernieuwing van de regenpijp waren het volgende onderwerp dat de voorzitter met ons allen wilde bespreken. De regenpijp zorgde vorige maand voor behoorlijke overlast bij mevrouw De Wilde, die onlangs een nieuwe rollator heeft gekregen, door het overstromen van de begane grond naast de garage die overigens ook in aanmerking begint te komen voor een likje verf. Ik neem aan dat wij het daar allemaal mee eens zijn.

En, las het lekker? Lukte het om je aandacht vast te houden? Dat zou me verbazen! Het probleem van deze tekst is de voortdurende wisseling van verteller.

De tekst begint vanuit de voorzitter, raakt even aan Jansen en Pieterse om zo bij de regenpijp aan te komen, waarbij en passant ‘ons allen’ ook nog aan bod komt. Van de regenpijp verspringen we naar mevrouw De Wilde en haar rollatoravonturen en eindigen toch ietwat verrassend bij verfstatus van de garage.

Voor de lezer is een dergelijke tekst een hele kluif. Er zit geen logica, geen structuur in de tekst. Wat belangrijk is en wat bijzaak? Je wordt duizelig van al die verschillende invalshoeken en het is ook nog eens lastig om informatie terug te vinden.

Als schrijver ben je het je lezer verplicht om een strakke tekstregie te voeren. De verteller van de tekst is te vergelijken met het camerastandpunt bij een film. Als twee geliefden tijdens een intiem gesprek aan de keukentafel elkaar iets vreselijks opbiechten, past een close-up beter dan een shot vanaf een bergtop of vijf kilometer afstand, of een shot van de (lege) woonkamer.

Ook de schrijver moet zijn ‘camerastandpunt’ zorgvuldig kiezen. Maak de lezer duidelijk waar de camera staat en waarom die daar staat. Schrijf de hele tekst vanuit de voorzitter, of beschrijf consequent hoe Pieterse de vergadering ervaart.

Wil je wisselen van standpunt? Zorg dan voor een duidelijke en vloeiende overgang. Beschrijf de context (beslissingen genomen tijdens vergadering) en geef dan eventueel nog wat details (beslissing 1, beslissing 2, …).

Inzoomen: de afstand tussen tekst en lezer
Lees het citaat nog eens. Wat kun je zeggen over de afstand tussen lezer en tekst? Ofwel, hoe dicht op de huid van het onderwerp zit de tekst, hoe gedetailleerd is de informatie?

Laten we eens kijken: de tekst is deels afstandelijk: “de voorzitter van de bewonersvereniging…”. Wie ziet hem niet zitten op grote emotionele afstand? Die vre-se-lijk belangrijke man tijdens zo’n oersaaie en veel te lange vergadering? De tekst kruipt echter ook heel dicht op de ‘personages’. Met “dat Pieterse zo verafschuwde” zitten we ineens in het hoofd van Pieterse.

De schrijver van deze vergadernotulen is als een amateurfilmer die zojuist de zoomknop op z’n nieuwe camera ontdekt heeft. Hij zoomt voortdurend en zonder duidelijke reden snel in en uit. Tegelijkertijd verandert hij ook vaak van camerastandpunt. Je wordt er duizelig van.

Ook hier geldt: voer een strakke regie en kies de ‘zoomstand’ zorgvuldig. Natuurlijk mag je inzoomen tijdens het schrijven, maar doe dat met een reden. Zorg ervoor dat je een afstand kiest die past bij je boodschap en die logisch is voor je lezer. Bijvoorbeeld om anderen te overtuigen dat de garagedeur toch echt een verfbeurt nodig heeft:

De garagedeur moet nodig geverfd. Pieterse, die zoals wij allemaal weten, schilder is, heeft ontdekt dat er in de linkerbovenhoek al roest onder de verf zit. Daar zitten kleine blaasjes in de verf. Als je die met je nagel wegkrast, zie je de roest al zitten. Als we niets doen, tast dat binnen een jaar de hele deur aan en kost de reparatie een veelvoud van op korte termijn schuren en schilderen.

De tekst begint algemeen met de garagedeur die verf nodig heeft. Vervolgens zoomt de tekst in op een detail om het de ernst van de situatie duidelijk te maken en daarmee het betoog kracht bij de zetten: de blaasjes in de verf en de krassende nagel. Tenslotte zoomt de tekst weer uit naar een meer algemene conclusie: uitstel van onderhoud kost uiteindelijk veel meer geld dan meteen schilderen.

Kleurfilter – de toon van de tekst
Behalve camerastandpunt en zoomstand beschikt de enthousiaste amateurfilmer ook over een breed scala aan kleurfilters. Kleuren scheppen sfeer en vormen een belangrijke kijkwijzer. Als een film zich afwisselend in Mexico en Californië afspeelt, en de scenes in Mexico iets geliger zijn en die in California iets blauwiger, weet je als kijker meteen waar je bent.

Ook schrijvers hebben kleur tot hun beschikking. Woordkleur. Zo kan de betekenis van twee woorden sterk overlappen, terwijl de emotionele lading hemelsbreed verschilt. Woorden zijn nooit neutraal: terrorist heeft een heel andere lading dan vrijheidsstrijder, terwijl het om exact dezelfde mensen gaat. Je woordkeuze en de toon die je daarmee aanslaat, vormen daarom een uitermate belangrijk deel van je boodschap.

Zeker in fictie de toon allesbepalend. De knorrige leraar wordt heel anders beschreven als het frivole jonge ding. Toch is ook in zakelijke teksten de woordkleur belangrijk. Kijk nog maar eens naar onze notulen. De opening is formeel en afstandelijk:

  • De voorzitter van de bewonersvereniging opende de vergadering met een welkomstwoord.

Het had ook anders gekund.

  • Jaap keek de zaal rond, zei: ‘Leuk dat jullie er allemaal zijn!’

En, neem dit bewonersverenigingsnotulenfragment:

De bewonersvereniging heeft per meerderheid van stemmen besloten dat de zonwering op het zuiden niet meer onder de gedeelde verantwoordelijkheid valt, maar onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende units die op het zuiden gelegen zijn. Dat vonden Jansen, De Vries en Wildervank overduidelijk kut met peren, want die voelden meteen aan hun water dat ze dat klauwen vol geld gaat kosten.

De formele toon van de notulen wordt hier plotseling doorbroken door bijna schreeuwerige spreektaal. Die zin valt echt uit de toon, terwijl dat geen duidelijke functie heeft. Gebruik dergelijke stijlmiddelen daarom spaarzaam en heel bewust om er een bepaald effect mee te bereiken, zoals woede, irritatie, schrik.

25 Elementaire schrijfregels | Schrijven in vijf stappen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>