Categorie archief: vaagtaalverhaal

Van boete naar wettelijke verhoging

de trein als zen-meester

Een paar weken geleden had ik weer eens vertraging. Om mijn aansluitende trein te halen, had ik geen tijd om uit te checken bij de NS en weer in te checken bij Arriva.

In de trein ging ik meteen naar de conducteur om dit te melden. Die bleek helaas zo rechtlijnig als een spoorstaaf en schreef zonder aarzelen een boete uit… O nee, toch niet, dat zag ik verkeerd. De conducteur bleek namelijk helemaal geen conducteur te zijn, maar een ‘medewerker Service en Controle’ die mij tamelijk dwingend uitnodigde om een ‘wettelijke verhoging’ te voldoen.

Zo zie je maar hoe een argeloze reiziger zich kan vergissen. Toch voelt die 35 euro wettelijke verhoging als een volkomen onterechte boete, en voelde ik mij meer als crimineel dan als trouwe treinklant behandeld.

Behalve het verdwijnen van boetes en conducteurs heeft dit voorval natuurlijk weinig met vaagtaal te maken, maar ik ben toch benieuwd of jullie vergelijkbare ov-chipkaartperikelen meegemaakt hebben.

Hieronder de brief die ik aan Arriva heb gestuurd.

[wordt vervolgd]

de trein als zen-meester

Beste Arriva-medewerker,

Station Zwolle, vrijdag 7 november, 19:17
De trein vanuit Amsterdam rijdt zoals gewoonlijk vertraagd het station in. Gelukkig zie ik de trein naar Emmen nog op het perron staan. Ik sprint de trein uit – noodtrap op, noodtrap af – naar perron 15 en breek daarbij mijn persoonlijke snelheidsrecord. Gelukkig, de trein staat er nog steeds. Ik check uit bij de NS en ik check in bij u. Als ik bij de trein ben, schuiven de deuren dicht en moet ik wachten op de volgende trein. Dankzij de ‘paaltjesdans’ heb ik mijn aansluiting gemist. Niet voor het eerst, overigens.

de trein als zen-meester

Station Zwolle, vrijdag 21 november, 19:19
De trein vanuit Amsterdam rijdt zoals gewoonlijk vertraagd het station in. Gelukkig zie ik de trein naar Emmen nog op het perron staan. Ik sprint de trein uit – noodtrap op, noodtrap af – naar perron 15 en verbrijzel daarbij mijn persoonlijke snelheidsrecord van twee weken eerder. Gelukkig, de trein staat er nog steeds… maar het fluitje klinkt al. Ik ren de overstappaaltjes voorbij en haal de trein op de laatste halve seconde.

Trein Zwolle – Coevorden: 35 euro boete
Een kostbare zaak, zo bleek. In de trein ging ik zo snel mogelijk naar de conducteur om te melden dat ik geen tijd had om uit en weer in te checken. Het resultaat: een extra duur treinkaartje, 35 euro boete en het roemruchte zinnetje “u bent niet verplicht tot antwoorden”. In één klap van klant naar crimineel.

Palendans
Ik had, volgens de conducteur, tijd genoeg om mijn OV-chipkaart tegen de paal van de NS te houden, te wachten tot die groen licht geeft, vervolgens de OV-chipkaart tegen de paal van Arriva te houden, hier nog wat langer te wachten tot de bedrieglijk opgewekte piep klinkt. Maar goed, die tijd had ik – net als twee weken eerder – dus niet.

de trein als zen-meester

Géén geld terug bij vertraging
De conducteur, een potige kerel, vond het onterecht dat ik door een vertraging van de NS niet wilde betalen voor mijn rit met Arriva. Ook dat is onzin. Ik betaal graag, maar door het tijdrovende gedoe met die paaltjes is dat niet altijd even gemakkelijk. Waar nog bij komt, dat ik door mijn trein te missen ook mijn bus mis en een vol uur later thuis ben. Geld terug bij vertraging? Daar heb ik als klant natuurlijk geen recht op. Arriva wijst dan met een beschuldigende vinger naar de NS: ‘Wij gaan natuurlijk niet opdraaien voor vertraging van de ander’. Omgekeerd precies hetzelfde.

Criminele boete
Ik had aantoonbaar geen tijd om uit te checken en in te checken (dat kunnen jullie vast wel nakijken in mijn OV-chiphistorie van 7 en 21 november) en ben daar vervolgens de dupe van. Ik ben treinklant en wat maakt het mij uit of ik in een trein van de NS of van Arriva zit? Ik mag toch verwachten dat aansluitingen, zoals ze in de reisplanner staan, haalbaar zijn? Dat Arriva en NS daar samen voor zorgen?

Dat ik in deze situatie bijna 45 euro moet betalen voor een ritje dat mij anders (met 40% korting) een paar euro kost, vind ik volstrekt onredelijk. Zeker omdat ik daarbij ook nog eens als crimineel behandeld wordt. Vandaar mijn verzoek tot restitutie van het boetebedrag.

 [wordt vervolgd]

Gevaarlijke vaagtaal | gratis eBook

De meeste goede voornemens zijn – zoals dat gaat – bij voornemens gebleven, behalve natuurlijk het voornemen om van 2011 een vaagtaalloos jaar te maken.

Om je standvastigheid te sterken, geven we je een gratis eBook over de gevaren van vaagtaal. Hierin lees je onze mening over vaagtaal, die van oud-politicus Frits Bolkestein en die van thrillerauteur Charles den Tex. Lees en huiver, want vaagtaal is alomtegenwoordig en gevaarlijker dan je denkt.

- Gratis eBook ‘Gevaarlijke vaagtaal’ –

Taalkundige misleiding – vaagtaal wel gevaarlijk!

In het blog van NRCNext staat "Vaagtaal is juist nodig". Lees hieronder waarom dat onzin is.

Hoe vaagtaal gedijt in Nederland

Arjen Ligtvoet & Cathelijne de Busser

Duurzaamheid, leefbaarheid, doorcommuniceren en proactief. Met dit soort taal houdt zelfs een nietszeggende spreker een indrukwekkend betoog. Maar wat betekenen deze woorden eigenlijk? Alles en niets, want het is vaagtaal: woorden en uitdrukkingen die onduidelijk, dubbelzinnig, misleidend, overbodig of storend zijn. Vaagtaal is een LOA, een door Lezen en luisteren Overdraagbare Aandoening. Een akelige aandoening met nare gevolgen, bijvoorbeeld als een oorlog wordt omgetoverd in vredelievende opbouwwerkzaamheden.

Vroeger was er geen grotere eer dan als soldaat te sterven voor het vaderland. Tegenwoordig is daar nauwelijks nog iemand voor te porren. Voor de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan was aanvankelijk dan ook weinig maatschappelijke steun. Het woord ‘oorlog’ riep te veel het beeld op van uiteengereten ingewanden, uitgesmeerd over een stoffig marktplein na een precisiebombardement. Oorlog was niet te verkopen aan de Nederlandse burger, en politiek dus niet haalbaar.

Ondanks hevige protesten vocht Nederland toch jaren in Afghanistan. Taal – vaagtaal – bleek hét middel om critici de mond te snoeren en Nederland de strijdbijl te laten opgraven. Van 2010 tot august 2010 hebben ‘onze jongens’ daarom robuuste opbouwwerkzaamheden uitgevoerd. Opbouwwerkzaamheden, met dit zorgvuldig gekozen woord heeft de regering de emotionele lading van oorlog buitenspel gezet en het maatschappelijk denken gemanipuleerd, want in werkelijkheid is er natuurlijk geen verschil tussen opbouwwerkzaamheden en een oorlog. Ook tijdens opbouwwerk-zaamheden sterven     Nederlandse soldaten door bermbommen en schieten kameraden elkaar per ongeluk dood in een uitwisseling van vriendelijk klinkend maar levensgevaarlijk ‘friendly fire’. Zoals dat gaat in elke oorlog.

Een simpele woordtruc heeft de oorlog in Afghanistan veranderd in een taalkundige idylle waar je onmogelijk tegen kunt zijn. Vaagtaal heet dat. Vaagtaal is taal die verleidt, misleidt, verwart en ook nog eens irritatie oproept. En dat zeker niet alleen in de discussie over Afghanistan. Vaagtaal komt overal voor en heeft vele varianten. Zo lijden ambtenaren aan oubollige ambtenaritis, leggen beleidsmakers met beleidsbabbels een zachte wollen deken over snoeiharde maatregelen en spreken managers een semi-Engelse vorm van vaagtaal die managementspeak heet.

Vaagtaal is een LOA, een door Lezen en luisteren Overdraagbare Aandoening. Hoe vaker je het hoort, hoe meer je het zelf gebruikt en hoe normaler je het vindt als anderen het ook gebruiken. Niemand kijkt op als de inmiddels demissionaire minister Klink het heeft over vraaggestuurde zorg en maatstafconcurrentie. Of als de manager van de lagere school trots vertelt over zijn zelfsturende team van co-makers dat de leerling als coach vanaf de zijlijn begeleidt. Of als er in een brief van de gemeente staat dat ‘hondeneigenaren er te allen tijden zorg voor dienen te dragen dat hun viervoeter zich in aangelijnde toestand bevindt’.

De kracht en tegelijkertijd het gevaar van vaagtaal is dat we allemaal besmet zijn. Het vaagtaalvirus gedijt namelijk uiterst goed in een samenleving waar informatie centraal staat. Eén exemplaar van de Quest bevat waarschijnlijk al meer informatie dan de zeventiende-eeuwse wetenschapper Francis Bacon in zijn hele leven heeft vergaard. Helaas betekent dat niet dat we allemaal net zulke genieën zijn. Integendeel, om onze onkunde te verbergen gebruiken we nietszeggende taal waarmee we alle kanten uit kunnen. Voorzichtig, verhullend, abstract en voor velerlei uitleg vatbaar. Vaagtaal.

Vroeger werkten we in de fabriek, op het land of in het huishouden. Tegenwoordig verdienen we ons brood met het vergaren en uitwisselen van informatie, en dat doen we de hele dag. We luisteren naar de radio, kijken televisie, zoeken informatie op internet, sturen elkaar een e-mail, geven het laatste nieuws door via twitter en sms’en de sappigste roddels de wereld in. We staan voortdurend met elkaar in contact. Dag in, dag uit. Juist daarom zijn we uitermate gevoelig voor het vaagtaalvirus.

Toen de voormalig minister van Financiën, Wouter Bos, op het journaal zei dat hij linksom of rechtsom een oplossing zou vinden voor de gedupeerden van de failliete bank Icesave, was het effect de volgende dag meteen merkbaar. De directeur van een basisschool verklaarde aan bezorgde ouders dat hij linksom of rechtsom een vervanger zou vinden voor de zieke leerkracht van groep 7. De psycholoog liet zijn patiënt weten dat hij linksom of rechtsom wel over zijn depressie heen zou komen. De poelier meldde zijn klant dat hij linksom of rechtsom wel aan een pond leeuwerikenpastei kon komen. In één dag tijd werden alle problemen linksom of rechtsom opgelost. Dat klinkt mooi, maar maakt niemand wijzer.

Zo besmettelijk is vaagtaal. Vervelend, want vaagtaal kan grote gevolgen hebben. Denk maar aan de huiseigenaar die afziet van een serre, simpelweg omdat hij geen chocola kan maken van de wirwar aan regels waaraan hij moet voldoen. Als minister noemde Alexander Pechtold de taal van zijn ambtenaren mismoedig een buitenlandse taal. En terecht, het is een taal die je jezelf eigen moet maken voordat je enig idee hebt waar het over gaat. Dat niet iedereen die taal kan of wil leren, zal duidelijk zijn. Zo tekenen bewoners van een ‘kanswijk’ geen bezwaar aan tegen de aangekondigde ‘maatregelen in het kader van de leefbaarheid’. Drie weken later worden alle bushokjes verwijderd en dan pas dringt het besef door dat de maatregelen bedoeld waren om kansjongeren hun hangplek, de bushokjes, te ontnemen. De bewoners wachten voortaan in de regen op hun bus, een wel heel triest gevolg van de beruchte kloof tussen burger en overheid.

Uit de mond van politici is vaagtaal extra gevaarlijk. Als zij hun bedoelingen verstoppen achter een muur van vaagtaal bedreigt dat regelrecht de democratie. Een democratie kan alleen goed functioneren als kiezers een weloverwogen keuze kunnen maken, als de kiezer weet wat er speelt en begrijpt waar het debat over gaat. Door onbegrijpelijk sprekende politici verliezen kiezers het vertrouwen in de politiek en haken ze af. Oud-politicus Frits Bolkestein noemt de taal van de politiek zelfs ‘Binnenhofbargoens’, een boeventaaltje, want ‘wie taal effectief gebruikt, kan anderen flink beduvelen.´

Boeventaal? Hoe moet je het anders noemen? Een flink aantal politieke maatregelen van de afgelopen jaren is verpakt in een fleurig jasje van misleidende en dubbelzinnige woorden. Met vaagtaal wist de politiek de burger af te leiden van de werkelijke politieke maatregelen. Denk aan de roemruchte ‘marktwerking’. Dit woord is de afgelopen jaren tot glorieus doel verheven. Immers, met marktwerking kun je méér doen met mínder geld, en dat wil toch iedereen?

Marktwerking moest de Nederlandse Spoorwegen ‘rendabel’ maken. Met begrippen als concurrentie, resultaatverantwoordelijkheid en winstgevendheid zou er een enorme efficiencyslag plaatsvinden. Toch rijden de treinen geen seconde beter op tijd. Oud-adviseur en thrillerauteur Charles den Tex zegt hierover: ‘een goed spoornet is niet rendabel te krijgen. Het begrip “winst” bij de spoorwegen is beeldspraak. Geen wonder dat het spoorbeleid mislukt. Bij het eerste herfstblaadje of vlokje sneeuw stort het hele spoornet als een kaartenhuis ineen. We hebben het als makke schapen geaccepteerd. Marktwerking, het moet dus wel goed zijn ’.

Ook in de zorg stond marktwerking de afgelopen jaren bovenaan de agenda. Marktwerking maakte van de gezondheidszorg een care industry die streeft naar ‘efficiënt georganiseerde zorgprogramma’s en optimale samenwerking tussen alle schakels in het zorgproces’. De patiënt, op zijn beurt, is nu een mondige zorgconsument die compleet met persoonlijke zorgindicatie en een rugzakje vol zorgbudget op pad gaat als Alice in zorgland.

 We zijn er allemaal ingetrapt. Marktwerking is gewoon een ander woord voor bezuinigingen. Dankzij dit misleidende woord is ons sociale systeem rigoureus afgebouwd. Stel dat de regering had gezegd: ‘We gaan drastisch bezuinigen op de zorg en het onderwijs. We schroeven onze publieke diensten terug en bouwen onze verzorgingsstaat af.’ Hoe had de burger dan gereageerd? Met opstand en barricades! Niemand gaf een krimp, met schrijnende gevolgen: lange wachttijden in de zorg en een sterke achteruitgang van het openbaar vervoer. Dankzij marktwerking, dankzij vaagtaal.

Niet alleen het openbaar vervoer en de zorg zijn slachtoffer van vaagtaal. Ook de onderwijshervormingen van de afgelopen decennia zijn verpakt in bedrieglijke taal. Eerst voerde de politiek het ‘nieuwe leren’ in, een methode die ervan uitgaat dat leerlingen van nature willen leren en daarvoor slechts een zogeheten ‘exploratieve leeromgeving’ nodig hebben. Vervolgens kwam de tweede fase, een methode waarin bovenbouwleerlingen nóg zelfstandiger leren werken. Als klap op de vuurpijl kwam er het studiehuis, waarin leerlingen leren omgaan met informatie en waarin docenten slechts optreden als gids of leercoach.

Volgens dit nieuwe systeem hadden alle leerlingen gelijke kansen, en zo moest het ook volgens de toen heersende gelijkheidsgedachte. In werkelijkheid was het een ordinaire bezuinigingsmaatregel. Een leerling die zelfstandig zijn weg zoekt in het studiehuis kost nu eenmaal minder geld dan een leerling die bij elke tafel van vermenigvuldiging hulp nodig heeft. Een geniale vondst in dit kader is het woord ‘frontaal onderwijs’. Vóór de onderwijsvernieuwingen stond een leraar voor de klas en vertelde hij zijn leerlingen over algebra en meetkunde. Niks mis mee? Wel als je dit aanmerkt als ‘frontaal onderwijs’. Frontaal onderwijs, dat klinkt als een aanval op onschuldige, weerloze leerlingen. Vanuit dat oogpunt lijkt het bijna terecht dat niemand zich meer aan een dergelijke vorm van onderwijs bezondigt. Door er het label ‘frontaal onderwijs’ op te plakken is deze intensieve, en dus dure vorm van onderwijs, verdacht en niet meer van deze tijd.

De politieke taal van de onderwijsvernieuwingen laat goed zien hoe besmettelijk vaagtaal is. Immers, om de onderwijsvernieuwingen te vertalen naar de dagelijkse praktijk in de klas hebben duizenden onderwijskundig medewerkers zich in allerlei taalkundige bochten moeten wringen. Dat bleek een bijna onmogelijke opgave die alleen kon worden opgelost met woorden als ‘competentie’, ‘persoonlijk ontwikkelplan’ en ‘kennistransfer’. Het onderwijsbeleid hangt dan ook aan elkaar met dit soort gemeenplaatsen en open deuren. Zo deinst het meerjarenplan van een universiteit er niet voor terug om te vermelden dat de docent een ‘cruciale factor’ in het onderwijs is. Op vergelijkbare wijze meldt een Rotterdamse school voor beroepsonderwijs vol trots dat de school ‘leerlinggericht’ is. Een simpele negatietest laat zien hoe belachelijk deze uitspraak is: een school die zich niet op leerlingen richt, krijgt gegarandeerd de onderwijsinspectie op z’n dak.

Ook in het bedrijfsleven floreert vaagtaal volop. Zo noemt niemand zichzelf nog leidinggevende. Nee, manager is het minste wat je moet zijn. De dynamische manager put veel inspiratie uit zijn managementspeaktoolbox. Daarmee transformeert hij de alledaagse werkelijkheid tot ingewikkelde structuren, processen, targets en strategieën. Ook een secretaresse is ver te zoeken. Wie naïef naar haar informeert, wordt ofwel niet begrijpend aangestaard, of hardop uitgelachen. Secretaresse, het woord alleen al is zó twintigste-eeuws. De secretaresse van toen is tegenwoordig een heuse management supporter. De functie is precies hetzelfde, maar de naam riekt naar management, en dan is het goed.

Met dit soort taal ontstaat een schier onoverbrugbare kloof tussen hen die de taal wel begrijpen en hen die dat niet doen. Menig nieuwkomer in het bedrijfsleven waart daarom de eerste maanden verloren rond als een vreemdeling in een exotisch land. Obscure afkortingen en een overdaad aan schreeuwerig Amerikaanse termen maken zelfs van de meest getalenteerde kandidaat aanvankelijk een nul. Pas als hij termen als KPI, SLA en SWOT moeiteloos beheerst, is hij goed op weg om volledig lid van de bedrijfsgemeenschap te worden. En ja, als alle medewerkers vaagtaal gebruiken, dan is het logisch dat bedrijven ook nieuwe medewerkers werven met vaagtaal. Welk bedrijf is er niet op zoek naar een proactieve, dynamische en flexibele kandidaat zonder negen-tot-vijf mentaliteit? Kennelijk vraagt niemand zich af wat die termen eigenlijk betekenen. Zo kan het gebeuren dat een personeelsfunctionaris met een stalen gezicht vertelt op zoek te zijn naar een zelfstandige teamplayer.

Hoe bizar dit soort taal bij nadere beschouwing ook is, het weerhoudt ons er niet van het zelf ook te gebruiken. Sterker nog: wie geen vaagtaal gebruikt, doet zichzelf tekort. Met vaagtaal kun je je motieven geheim houden, anderen op het verkeerde been zetten, je eigen onkunde verbergen of jezelf interessanter voordoen dan je bent. Niet voor niets is het zo besmettelijk: vaagtaal is uiterst lucratief. Een duidelijke uitspraak, daar word je op afgerekend. Wil je kritiek vermijden? Hou het dan vaag en verwijs vooral niet naar de tastbare werkelijkheid. Ook is vaagtaal uiterst handig om anderen de schuld in de schoenen te schuiven: toen de onderwijsvernieuwingen niet het gewenste effect bleken te hebben, beschuldigde enkele politici onderwijsinstellingen ervan ‘beleidsresistent’ te zijn. Beleidsresistentie, met dit zorgvuldig gekozen woord krijgen de juffen en meesters de schuld van het falende onderwijsbeleid. Als zij, de ‘ontvangers’ van het beleid, nu een beetje hadden meegewerkt…

Is een vaagtaal-epidemie dan onafwendbaar? Is het al te laat? Gelukkig niet, maar om je te wapenen tegen vaagtaal moet je stevig in je schoenen staan. Het is niet makkelijk om onnodig ingewikkelde formuleringen of verhullende taal door te prikken. Als ‘ontvanger’ van vaagtaal is het zaak om altijd op je hoede te zijn en je voortdurend af te vragen wat iemand nu écht beweert. Durf duidelijke taal te vragen. Nee, beter nog: eis duidelijke taal!

Een lastig probleem bij het gevecht tegen vaagtaal is dat vaagtaal muteert. Denk bijvoorbeeld aan Jan, de goede oude dorpsgek. Vroeger was Jan debiel. Later veranderde Jan in een geestelijk gehandicapte die in een gekkenhuis woonde. Vervolgens werd Jan een andersvalide in een inrichting. Daarna had Jan ineens een leeruitdaging en woonde hij beschermd in de zorgintensieve woonsituatie van een woonzorgzone. Sinds kort vinden hulpverleners zelfs dat te zorgelijk klinken en daarom woont Jan nu in een woonservicegebied. En toch is Jan, als we eerlijk zijn, gewoon gek.

Zodra vaagtaal inboet aan kracht, komt er nieuwe vaagtaal voor in de plaats. Dat geldt ook voor het woord marktwerking: na jaren van marktwerking weten steeds meer mensen welke boodschap zich achter dit woord schuilhoudt. Om toch te kunnen bezuinigen, hebben politici nu een nieuw woord bedacht: de heroverweging. Heroverwegingen zullen het begrotingstekort terugdringen en de overheidsfinanciën verbeteren. Een heroverweging, wie kan daar nu tegen zijn?

Ook de opbouwwerkzaamheden in Afghanistan zijn een zachte dood gestorven. Zo gaat dat nu eenmaal met eufemismen. Tijd voor een nieuw woord. Via een ‘verplichtingenpauze’ en een ‘vertraagde terugtrekking’, lijkt het nu alsof we definitief vertrokken zijn uit Afghanistan: “Met het hijsen van de ISAF-vlag kwam een einde aan de missie in Uruzgan”. Of toch niet? Nee hoor, we blijven militaire ondersteuning geven aan de ISAF-missie. Militaire ondersteuning? Dat klinkt heel wat martialer dan opbouwwerkzaamheden. Voeren we dan nog steeds oorlog in Afghanistan?

Miranda de management supporter

De vacaturekraker vind je hier. Hieronder het eerste deel van de taalavonturen van Miranda de Managementsupporter.

Dinsdagochtend. Miranda bekijkt het resultaat van haar ochtendtoilet kritisch in de spiegel. Vandaag is haar tweede dag als management supporter. Een belangrijke dag. Ze moet een vergadering faciliteren, zo noemde meneer Zonneveld dat. Wat zou hij daar nou mee bedoelen?

Gisteren had ze meneer Zonneveld – ‘Marcel voor jou, meid’ – ontmoet. Een joviale vent van begin veertig die haar meteen duidelijk maakte dat ze geen secretaresse was: ‘Enne, meid, secretaresses hebben we hier niet. Iedereen is gelijk en jij zorgt als management supporter gewoon voor de broodnodige support van de echte players’. In een adem ging hij verder: ‘Faciliteer jij die meeting voor morgen nog even? De CFO en CEO komen ook. Belangrijk, belangrijk. Begrijp je wel?’

Miranda de management supporter

Miranda had meneer Zonneveld – sorry Marcel – niet durven vragen wat hij bedoelde. Faciliteren? CFO? CEO? Nou ja, het zou wel loslopen.

Dinsdagmiddag. Voor de vierde keer binnen een uur gaat de telefoon. Marcel. Of ze weer even koffie bijschenkt. Aan een glanzende ovaalvormige tafel zit Marcel met zijn drie gasten. Ze spreken geheimtaal.

‘Oké, Marcel, appeltje eitje. We benchmarken dat even met Procurement.’

‘Ja, als we on the fly schakelen kunnen we die negatieve winst nog voor Q3 kantelen.’

‘Bob, implementeer jij dan nog de juiste procesdimensies?’

‘Tuurlijk, die faciliteer ik meteen naar de toekomst toe.’

Miranda onderdrukt een zucht. Misschien is deze baan toch wat te hoog gegrepen voor haar. Vier paar ogen zijn op haar gericht terwijl ze koffie schenkt. Hopelijk merken ze niet hoe haar handen trillen.

‘Ik bel je als we weer toe zijn aan een bakkie leut, Miranda,’ mompelt Marcel en hij gebaart dat ze kan gaan. Miranda loopt terug naar haar bureau. De systeemwandjes van het kantoor zijn dun. Ze kan het gesprek in de kamer naast haar moeiteloos volgen.

‘Zeg, Marcel. Is dat je nieuwe secretaresse? Lekker ding wel.’

‘Mja, korter rokje zou haar beter staan.’

Dit is het eerste deel van een drieluik over Miranda’s avonturen in vaagtaalland, het stond eerder in de vaagtaal-nieuwsbrief. Deel 2 staat in de volgende nieuwsbrief.

Mentaal Verzuim

‘Onder invloed van de economische tegenwind, neemt het ziekteverzuim in het bedrijfsleven af. Dat is het goede nieuws. Maar het slechte is, dat het “mentaal” verzuim daarentegen juist toeneemt.’ (de Volkskrant)

Menig werknemer zit wel eens zit te niksen; even dagdromen over de vakantie of een persoonlijk onderhoud met de secretaresse in het kopieerhok. Niksen, dat is zo alledaags, daar valt voor coaches en consultants niets aan te verdienen. Of toch wel?

- Zo, meneer Dirksen, zoals u weet starten we nog deze maand met het project The Big Leap. Daarom heb ik nu bilateraatjes met alle afdelingshoofden om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen en de verwachtingspatronen gelijk te schakelen.

- Mja, neuzen in dezelfde richting. Dat kan geen kwaad.

- Goed, zoals u weet heeft de directie mij ingehuurd om het mentale verzuim tegen te gaan.

- Mentaal verzuim?

- Ja, u kent dat wel. Uw werknemer is lijfelijk aanwezig, maar zit de hele dag te internetten of te dromen over zijn vakantie. In ieder geval doet hij niet waar u hem voor betaalt.

- Aha, hij is er wel maar toch ook weer niet.

- Heel juist, meneer Dirksen, dat is een prima omschrijving, dat had ik niet beter kunnen bedenken.

- Soms zijn ze er ook echt niet, lijfelijk dan.

- Pardon? Juist ja, maar als ze afwezig zijn, ja, dat noemen we dan ziekteverzuim. Mentaal verzuim daarentegen is als…

- Soms zijn ze niet ziek en schitteren toch door afwezigheid in de vleselijke zin des woords, dan zijn ze aan het lunchen of zitten uren op de wc. Sommigen hebben dat als kunstvorm verheven. Laatst nog, toen zat er weer…

- Ja, natuurlijk meneer Dirksen, dat is ook een mogelijkheid. A propos, ik ga verder met mijn verhaal. Zoals u weet is onder mijn begeleiding het project The Next Phase een succes geworden, met zijn allen hebben we toen het ziekteverzuim significant teruggedrongen.

- Ja, we hadden plotseling veel minder zwangerschappen. Rara hoe kan dat? Misschien coïtaal verzuim?

- Wat? Haha, meneer veroorlooft zich een grapje. Heel goed, humor motiveert. Laten we toch maar even bij de zaak blijven: exclusief zwangerschap resulteerde het project toch ook in een keurige daling. Kijk, het zat tussen de oren. Iedereen dacht dat ze het zo druk…

mentaal verzuim

- Druk druk druk.

- Juist ja. Zoals ik al zei, het zat tussen de oren. ’s Ochtends ging iedereen met z’n allen een potje klagen over de werkdruk, onder het genot van een kopje koffie. Wij hebben de medewerkers bewust gemaakt van het feit dat het eerder de perceptie van het drukhebben was, dan het drukhebben an sich.

- Ja, en dat kostte me een hoop tijd, al die bijeenkomsten en vergaderingen.

- Tja, winpunten invoeren kost tijd. Dat begrijpt toch iedereen?

- Winpunten, ach ja, zo heet dat als jullie een paar jonge vrouwen ontslaan… moest ik weer van die ambitieuze kereltjes inwerken. Zonde van mijn tijd.

- Hoe bedoelt u? Oké, ik heb wel begrip voor uw standpunt, maar het ziekteverzuim is zoals gezegd flink gedaald. Enfin, de directie heeft mij gevraagd nu een programma op te stellen om het mentale verzuim tegen te gaan, een taak waarvoor ik als emotiemanager uitermate…

- Emotiemanager? Managet u emoties of bent u een manager met een overvloed aan emoties? Hevig geëmotioneerd besprak de emotiemanager de werkweek…

- Ja, sorry dat ik u onderbreek, maar laten we…

- Zeg, hoe word je dat eigenlijk, emotiemanager?

- Nou, kijk. Ik zal het u proberen uit te leggen. Ik werk al meer dan tien jaar voor bedrijven en mijn doelstelling is het verbeteren van de werkhouding van medewerkers, dat kun je het beste voor elkaar krijgen door de emotionele gezondheid en weerbaarheid te vergroten, bijvoorbeeld door het inzetten van het instrument humor. Maar à propos, waar was ik gebleven? O ja juist, mentaal verzuim. U kent dat wel, uw medewerker zit de hele dag maar een beetje voor zich uit te staren, is niet productief. Hiervoor heb ik, zoals gezegd in opdracht van de directie, dus een programma opgesteld. U als afdelingshoofd heeft hier natuurlijk veel mee te maken, met mentaal verzuim. Door mijn programma zullen uw medewerkers weer beter bij de les blijven en daardoor meer productiviteit leveren. We houden als het ware een mentale schoonmaak, een frisse wind tussen de oren. Mag ik u vragen, wat zijn uw ervaringen met mentaal verzuim?

- Eh, sorry… ik eh… wat zei u precies?

devaluatie

“Hoeveel is een mensenleven eigenlijk waard? Een absurde vraag, denken velen. Blasfemisch zelfs. Misschien. Maar op de Kopenhagen Consensus, een ambitieuze ontwikkelingsconferentie die deze week in het Deense Kopenhagen plaatsvindt, geven economen het antwoord: 22.227 dollar als je in een ontwikkelingsland leeft, en zes miljoen dollar voor het leven van een rijke westerling”

Westerling à zes miljoen dollar, de Volkskrant

devaluatie1- Ralph, kerel, hoe is ‘ie vandaag?

– Ach, gaat wel. En jij?

– Uit-ste-kend. Mijn project gaat door, en wel met volledig budget.

– Tjonge, goed nieuws Peter. Gunstig voor je?

– Absoluut, kerel, absoluut. Mijn waarde is met ruim vijftigduizend gestegen. Als dat zo doorgaat bereik ik nog voor de kerst de achtmiljoenbarrière.

– Straks krijg je nog een lintje van de Koningin, als snelste stijger van Nederland.

– Kom Ralph, niet overdrijven. Een stijgertijger ben ik nog lang niet. Gisteren nog zag ik een special op tv. Die vent, ongelofelijk, drie miljoen in een halfjaar tijd.

– Oké, oké, dan stelt die paar mille inderdaad niet veel voor. En je vrouw, zeker ook meegeapprecieerd?

– Natuurlijk, ze heeft er ’n slordige zes K bijgekregen. ’t Is niet veel, maar alles helpt…Bien, Ralph, jij klinkt nou niet bepaald vrolijk.

– Ach, je kent dat wel. Devaluatieangst. M’n beoordeling was niet zo spectaculair. Te langzame persoonlijke groei, zeiden ze. Maar goed, het moet gek lopen wil ik onder de zes miljoen komen.

– Tja, devaluatie is nooit leuk. Trouwens, heb je het gehoord van die gast op boekhouden, die lange blonde kerel?

– Blond en lang, dat moet Hermans zijn. Wat dan?

– Hou je vast: ze hebben hem eergisteren verwijderd.

– Verwijderd? Was hij onder de afdelingsgrens gekomen, onder de vijfeneenhalf miljoen? Dat bestáát niet.

– Het is nog veel gekker. Hij is niet alleen onder de grens voor accounting en boekhouden gekomen. No way, was het maar zo. Hij is écht verwijderd. Permanent, door de O.N.D.

– Ga weg man. Ondernuldevaluatie? Dat is volstrekt onmogelijk als je werk hebt.

– Klopt, het is gestoord. Die vent heeft me toch een pech gehad.

– Vertel op man, je maakt me bang.

– ’s Ochtends begon het al. Aan het ontbijt deelde zijn vrouw mee dat ze hem ging verlaten.

– Ai, daar gaat je waarde.

– Inderdaad, in één klap minstens dertig procent kwijt. Volgens het huwelijkscontract zou hij veel sneller stijgen; ze was niet content met die schamele paar mille van hem.

– Tja, zo’n vrouwtje wil natuurlijk meer. Ik zag haar laatst op een borrel, een lekker ding. Haar voorgevel is al minstens een miljoen waard.

– Damn, dat heb ik gemist. Wat ik wel weet, de dag voordat ze bij hem wegging had de directie besloten hem te laten gaan wegens gebrek aan creativiteit.

– Creativiteit op boekhouden? Da’s niet meer dan een goedkope smoes.

– Kan zijn, maar die arme sloeber wist nog van niets toen dat mokkel hem verliet. Hij was nogal geïrriteerd op weg naar zijn werk.

– Logisch, zou ik ook zijn.

– Zeker, maar die agent toonde daar weinig begrip voor toen hij die bonnen uitschreef voor te hard rijden en bumperkleven.

– Het gaat maar door, wat een pechvogel.

– Dat kun je wel zeggen. A propos, de O.N.D.

– Ik geloof het nog steeds niet, Peter. Je duikt niet zomaar onder nul.

– Nee, daar moet je wel wat voor doen. Bijvoorbeeld een agent een gebroken kaak slaan en er dan vandoor gaan terwijl ze al je gegevens hebben. Die blonde zat nog niet achter zijn bureau of ze kwamen hem halen. Ik heb het gezien met m’n eigen ogen.

– Potverdorie, permanente verwijdering. Dat zie je anders alleen in die realitysoaps over bijnanullers.

– Ach, het is sneu voor die gast. In één dag al je miljoenen kwijt… Aan de andere kant, opgeruimd staat netjes. Subzero’s kunnen we niet gebruiken.

– Ja, dat is waar, maar leuk is anders. Nou ja Peter, proost, op je acht miljoen.

– Ralph kerel, kop op. Jij bent nog lang niet waardeloos. Ik zeg altijd maar: proost, money is coming your way!

devaluatie2

Het grote Iets

‘Bent u gelovig?’

‘Nou, nee. God en Kerk en zo, dat is toch wel zoiets van 2008.’

‘Dus u bent atheïst?’

‘AT-watte?’

‘U gelooft dus niet in God. U gelooft niet in een leven na de dood?’

‘Nou… dat is ook wel weer wat… Nee, er is wel iets, zeg maar. Dat denk ik wel. Dat voel je toch gewoon. Je weet wel…’

‘Oke, dus u bent toch wel gelovig. Bent u Christen, Moslim?’

‘Nee, nee. Godsammebeware. Nee, nee. God, daar geloof ik niet in.’

‘Waar gelooft u dan wel in?’

‘Eh, nou, in Iets.’

Biiii!

‘Biiiiii! Biiiiiiiiiiihiiiiiii! Biiiiii!,’ gilt Elsa. Dikke tranen rollen over haar wangen.

‘Daar is je bi,’ zeg ik terwijl ik naar haar poppenwieg wijs. Elsa drentelt er naartoe, steekt de bi in haar mond en snuift tevreden. Elsa wil geen speen, Elsa wil bi. Waarom heet dat ding bi? Geen idee, maar ik heb dat woord snel van haar overgenomen, al was het maar om de lieve vrede te bewaren.

Elsa werd anderhalf en ging voor het eerst naar de crèche. ‘Het ging best goed,’ zei de leidster, ‘maar wat is toch bi? Ik begreep haar niet en dan werd ze me toch kwaad.’

Zo gebruikte Elsa op de crèche een woord dat alleen bij ons thuis bekend is. Bi leidde bij de leidster tot verwarring en bij Elsa tot frustratie en woede. Voor Elsa was bi duidelijk, voor de leidster van de crèche niet. Bi was vaagtaal.

De volgende dag sprak de leidster natuurlijk ook bi. En bi bekt lekker, zo lekker dat de kinderen in Elsa’s groep nu ook een bi hebben. Op hun beurt hebben zij bi ingevoerd in hun gezin. Geleidelijk aan verovert bi zo de hele crèche, het hele dorp en wie weet heel Nederland. Taal is een veranderlijk wezen en bi is vaagtaal-af.

Of, zoals Elsa zegt: ‘Biiii! Mooooi!’