Categorie archief: vaagtaal in de media

Vaagtalige verkiezingsvaagtaal!

De verkiezingen zijn weer in aantocht… net zoals scheepsladingen vol verkiezingsvaagtaal… Aan welke wonderlijke verkiezingvaagstaalvondsten erger jij je? Welke partij is volgens jou het vaagtaalvindingsrijkste? Wat verwacht jij dat uiteindelijke de meest vaagtaalomfloerste loze verkiezingsbelofte is? Laat het me weten, ik ben heel nieuwsgierig naar de vaagtalige oogst van de verkiezingen 2017 :-)

vaagtaaldomheid

Cruciale mama Van Bijsterveldt voor de klas

Ouders moeten meer betrokken worden bij het onderwijs van hun kinderen. Sterker nog, ouders zijn cruciaal voor het onderwijs van hun kinderen. Dat meldt minister Van Bijsterveldt in een brief aan de Tweede Kamer. Dat klinkt goed. Dat klinkt logisch. Wie kan daar tegen zijn? Niemand toch? Maar hoe ver moet je gaan in deze betrokkenheid? Heel ver, vindt Van Bijsterveldt: ‘ouders moeten hun talenten en deskundigheid inzetten om het onderwijs te verrijken‘.

Verplichte niet-vrijblijvende overeenkomst

Aha, kennelijk zijn didactische kwaliteiten iets wat iedere ouder automatisch bezit. Daarvoor hoef je echt geen jarenlange pabo-opleiding te volgen of een onderwijsbevoegdheid te hebben. Even een sollicitatiegesprekje bij Van Bijsterveldt, even de ‘niet-vrijblijvende overeenkomst’ ondertekenen, en aan de slag.

Het onderwijs is enige tijd geleden overgedragen aan een daarvoor heel handig instituut: de school. Ik moet er niet aan denken dat Anne’s vader– een contactschuwe bêta – mijn kinderen voortaan rekenles geeft. Of dat Kevin’s moeder – die zo graag naar Tien voor Taal kijkt – mijn kinderen de deetjes en de teetjes gaat uitleggen. En ik hou mijn hart vast bij de gedachte dat Jenny’s vader voortaan wekelijks naar het zwembad scheurt met mijn kinderen in zijn prehistorische volkswagenbusje omdat de schoolbus is wegbezuinigd…

Pas op, bezuinigingsgevaar!

Ouders betrekken bij het onderwijs en de opvoeding van hun kinderen. Daar is geen weldenkend mens tegen. Echter, stiekem hevelt van Bijsterveldt zo taken van het onderwijs naar de ouders. Haar oproep is niets meer en niets minder dan de aankondiging van verdere bezuinigingen op het onderwijs, verstopt achter ‘aandacht voor de kinderen’ en onder het mom van ‘normen en waarden’. Tegelijkertijd is het een ferme stap terug voor de emancipatie van de vrouw. Want wie zal leesmoeder, luizenmoeder of biepmoeder worden?

Natuurlijk bemoei ik mij met de opvoeding en het onderwijs van mijn kinderen. Van de overheid verwacht ik echter goede scholen en goede leraren. Precies zoals de kreet ‘Nederland kennisland’ suggereert. Laat die 130 kilometer per uur maar zitten, da’s niet zo relevant. Gebruik dat geld voor echt belangrijke zaken.

Jawel, we gaan slimmer werken

Veel hoop op verbetering is naïef, want in de ‘tekortsectoren’ gaat Van Bijsterveldt de boel ‘slimmer’ aanpakken, zodat ‘we met minder mensen hetzelfde werk kunnen doen’, zei ze vannochtend op de radio. En daar zit de crux. Want wat is er nodig om slimmer te werken? Juist, beter onderwijs.

‘In je kracht staan’ wint vaagtaalverkiezing 2011

De uitdrukking ‘in je kracht staan’ is de vaagste vaagtaal van 2011. Op flinke afstand volgen ‘het heeft mijn aandacht’, ‘decontextualiseren’ en ‘duurzaamheid’.

Op uw ‘Mijn vaagtaal’ kon heel taalminnend Nederland ‘in zijn kracht staan’ door te stemmen op de vaagste vaagtaal. Taal ‘heeft mijn aandacht’, dat zeggen we allemaal, maar past dat wel bij ons ‘ambitieniveau’? Tijd voor een ‘verdiepingstraject’ ‘duurzaam’ taalgebruik, natuurlijk zonder de uitkomst te ‘decontextualiseren’. Vandaar deze ‘beleidshandreiking’ van de vaagtaalredactie. Gelukkig is de verkiezing een heus ‘lifestyle-event’ geworden, passend bij ‘het nieuwe werken’, en onder het genot van een glaasje ‘functionele zuivel’.

Meer over de uitslag van de Vaagtaalverkiezing 2011

Citaten top 10 Vaagtaalverkiezing 2011

Vaagtaalverkiezing 2011 uitslag als pdf

Vaagtaalverkiezing
Bijna 1500 mensen deden mee aan de vierde editie van de Vaagtaalverkiezing. Ruim 27 procent stemde op ‘in je kracht staan’. Deze vage uitdrukking heeft daarmee de titel vaagste vaagtaal van 2011 gewonnen.

Honderden enthousiaste taalliefhebbers nomineerden het afgelopen jaar hun vaagste woorden en uitdrukkingen. De vaagtaalredactie selecteerde vervolgens uit alle inzendingen twintig woorden en uitdrukkingen. In september en oktober kon iedereen via www.vaagtaal.nl stemmen op maximaal drie van de genomineerde woorden.

Duurzaam decontextualiseren
De vaagtaalverkiezing bevatte ook een enquête. Daaruit bleek dat mensen zich vooral ergeren aan woorden die ze zelf vaak tegenkomen. De huisvrouw doet de boodschappen en stuit in haar zoektocht naar melk op ‘functionele zuivel’. De mannelijke kostwinner weet zich geen raad met het veeleisende ‘nieuwe werken’. De Drenthenaar ergert zich groen en geel aan het ‘ambachtelijke’ karakter van zijn provincie. En bejaarden willen niks weten van ‘resomeren’ – de 2.0-verwerking van hun stoffelijk overschot.

uitslag Vaagtaalverkiezing 2011

Beter schrijven met onzinnige lijstjes

Met een tekst probeer je als schrijver iets te vertellen aan je lezer. Lukt dat, dan heb je als schrijver je werk goed gedaan. Makkelijker gezegd dan gedaan, want teksten staan vaak vol onduidelijke woorden en ingewikkelde zinsconstructies.

Waarom zijn veel teksten onduidelijk? Een belangrijke oorzaak is het bewust of onbewust gebruik van vaagtaal, woorden en uitdrukkingen die onduidelijk, dubbelzinnig, misleidend, overbodig of storend zijn.

Op dit blog vechten tekstschrijvers en taaltrainers Cathelijne de Busser en Arjen Ligtvoet al jaren tegen vaagtaal. Onlangs schreven ze een eboekje over de gevaren van vaagtaal waar ze hun mening over duidelijke taal en vaagtaal geven. In dit boekje staan ook interviews over vaagtaal met oud-politicus Frits Bolkestein en thrillerauteur Charles den Tex.

Een belangrijk onderdeel van de strijd tegen vaagtaal is de jaarlijkse Vaagtaalverkiezing. Lezers van het blog nomineren vaagtalige woorden en uitdrukkingen en stemmen op de vaagste vaagtaal van het jaar. Dit resulteert in een top 15 (bijvoorbeeld die van 2010).

Allemaal leuk en aardig, zegt Peter Zuijdgeest, maar  het is “… onzinnig om verbodenwoordenlijsten aan te leggen.” Dergelijke lijstjes zouden de schrijver alleen maar blokkeren en ook nog eens vol staan met woorden die allang breed geaccepteerd zijn. Zuijdgeest maakte spottend de “ON-WOORDEN TOP 100 ALLER TIJDEN” om voor eens en altijd af te rekenen met die woordenlijstjes. Wat natuurlijk een groot gemis zou zijn, want dergelijke lijstjes doen het goed in de media – Zuijdgeest pikt daar graag ook een graantje van mee.

De lijstjes vragen aandacht voor duidelijke taal bij een breed publiek, en dat is precies wat we met onze eigen vaagtaallijst willen bereiken. Afgezien daarvan, wat is er leuker dan met de vaagtaal-top 15 in de hand je baas te sarren, als hij de hele top 15 in één – serieus bedoeld – mailtje gebruikt? Daarom dit jaar gewoon weer een Vaagtaalverkiezing, waarvoor je nu al je woorden en uitdrukkingen kunt nomineren.

Overigens, met alléén maar lijstjes met verboden woorden kom je er als vaagtaalbestrijder natuurlijk niet, vandaar dat we ondertussen het ultieme stijlboek aan het schrijven zijn, waar iedereen aan kan bijdragen.

Het wachten is nu op de tweede editie van de on-woorden top 100 aller tijden. Succes verzekerd!

Afghanistan tot de grond aan toe opbouwen

Vaagtaal en de missie in Afghanistan, het blijft actueel. Is er nu wel of niet sprake van opbouw of wederopbouw? Was het echt een wederopbouwmissie en wat is er dan opgebouwd? En, hoe bouw je een opbouwmissie op de juiste manier af en dan weer op?

Nu wordt het misschien een trainingsmissie… ondersteund door F-16’s en militairen, maar die mogen alleen in ‘acute noodsituaties’ optreden. Voor- en tegenstanders proberen elkaar – alweer – te verleiden met woorden.

In ons boek ‘Vaagtaal’ waarschuwden we al voor de gevaren en gevolgen van vaagtaal, het blijft actueel. Een citaat:

"Door vaagtaal ging Nederland zelfs op oorlogspad in het verre Afghanistan. Zo gevaarlijk is vaagtaal. Onzin? De relatie tussen vaagtaal en de oorlog in Afghanistan vergezocht?

Nou kijk, vroeger was er geen grotere eer dan als soldaat te sterven voor het vaderland. Nu is daar nauwelijks nog iemand voor te porren. Ook voor de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan was aanvankelijk weinig maatschappelijke steun. Het woord ‘oorlog’ riep te veel het beeld op van uiteengereten ingewanden, uitgesmeerd over een stoffig marktplein na een precisiebombardement. Oorlog was niet te verkopen aan de Nederlandse burger en daarom politiek niet haalbaar. De politieke elite wilde bondgenoot Amerika echter niet afvallen en riep de hulp in van een taaltovenaar. Na wat politieke schermutselingen kon de Nederlandse missie dan toch doorgaan en voeren onze jongens in Afghanistan robuuste opbouwwerkzaamheden uit. Met zorgvuldig gekozen woorden heeft de regering de emotionele lading van oorlog buitenspel gezet en het maatschappelijk denken veranderd. In werkelijkheid is er natuurlijk geen verschil tussen een opbouwmissie en een oorlog. Ook tijdens opbouwwerkzaamheden worden Nederlandse soldaten uiteengereten door bermbommen en schieten kameraden elkaar per ongeluk dood in een uitwisseling van vriendelijk klinkend maar levensgevaarlijk friendly fire. Zoals dat in elke oorlog gaat.

Uiteraard was er ook kanonnenvoer nodig voor deze opbouwwerkzaamheden. Dat bleek lastig. De dienstplicht is al jaren geleden afgeschaft en niemand staat nog te springen om Jan Soldaat te worden. Gelukkig bood vaagtaal ook hier uitkomst. De soldaat is dood, lang leve de professional voor vrede en veiligheid! Wat zeg je? Jawel, professional voor vrede en veiligheid. Dat klinkt professioneel en roept een nobel en vredelievend beeld op. Dat riekt naar alles, behalve naar kanonnenvoer. En toch blijft onze professional voor vrede en veiligheid gewoon een soldaat. Met vaagtaal is de oorlog in Afghanistan veranderd in een taalkundige idylle waar je onmogelijk tegen kunt zijn. Tegelijkertijd schuilt de kracht van deze vaagtaal in een paradox. Kritiek op de opbouwwerkzaamheden is taboe. Net als hardop zeggen dat we gewoon oorlogvoeren taboe is, juist omdat we dondersgoed weten hoe gevaarlijk die opbouwwerkzaamheden zijn. Kritiek op de opbouwwerkzaamheden staat gelijk aan kritiek op onze jongens.

Een doodzonde! Wij moeten als één man achter onze jongens staan. Zij zijn het die de kastanjes voor ons uit het vuur halen. Wij zijn trots op hen, dankzij vaagtaal."

Taalkundige misleiding – vaagtaal wel gevaarlijk!

In het blog van NRCNext staat "Vaagtaal is juist nodig". Lees hieronder waarom dat onzin is.

Hoe vaagtaal gedijt in Nederland

Arjen Ligtvoet & Cathelijne de Busser

Duurzaamheid, leefbaarheid, doorcommuniceren en proactief. Met dit soort taal houdt zelfs een nietszeggende spreker een indrukwekkend betoog. Maar wat betekenen deze woorden eigenlijk? Alles en niets, want het is vaagtaal: woorden en uitdrukkingen die onduidelijk, dubbelzinnig, misleidend, overbodig of storend zijn. Vaagtaal is een LOA, een door Lezen en luisteren Overdraagbare Aandoening. Een akelige aandoening met nare gevolgen, bijvoorbeeld als een oorlog wordt omgetoverd in vredelievende opbouwwerkzaamheden.

Vroeger was er geen grotere eer dan als soldaat te sterven voor het vaderland. Tegenwoordig is daar nauwelijks nog iemand voor te porren. Voor de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan was aanvankelijk dan ook weinig maatschappelijke steun. Het woord ‘oorlog’ riep te veel het beeld op van uiteengereten ingewanden, uitgesmeerd over een stoffig marktplein na een precisiebombardement. Oorlog was niet te verkopen aan de Nederlandse burger, en politiek dus niet haalbaar.

Ondanks hevige protesten vocht Nederland toch jaren in Afghanistan. Taal – vaagtaal – bleek hét middel om critici de mond te snoeren en Nederland de strijdbijl te laten opgraven. Van 2010 tot august 2010 hebben ‘onze jongens’ daarom robuuste opbouwwerkzaamheden uitgevoerd. Opbouwwerkzaamheden, met dit zorgvuldig gekozen woord heeft de regering de emotionele lading van oorlog buitenspel gezet en het maatschappelijk denken gemanipuleerd, want in werkelijkheid is er natuurlijk geen verschil tussen opbouwwerkzaamheden en een oorlog. Ook tijdens opbouwwerk-zaamheden sterven     Nederlandse soldaten door bermbommen en schieten kameraden elkaar per ongeluk dood in een uitwisseling van vriendelijk klinkend maar levensgevaarlijk ‘friendly fire’. Zoals dat gaat in elke oorlog.

Een simpele woordtruc heeft de oorlog in Afghanistan veranderd in een taalkundige idylle waar je onmogelijk tegen kunt zijn. Vaagtaal heet dat. Vaagtaal is taal die verleidt, misleidt, verwart en ook nog eens irritatie oproept. En dat zeker niet alleen in de discussie over Afghanistan. Vaagtaal komt overal voor en heeft vele varianten. Zo lijden ambtenaren aan oubollige ambtenaritis, leggen beleidsmakers met beleidsbabbels een zachte wollen deken over snoeiharde maatregelen en spreken managers een semi-Engelse vorm van vaagtaal die managementspeak heet.

Vaagtaal is een LOA, een door Lezen en luisteren Overdraagbare Aandoening. Hoe vaker je het hoort, hoe meer je het zelf gebruikt en hoe normaler je het vindt als anderen het ook gebruiken. Niemand kijkt op als de inmiddels demissionaire minister Klink het heeft over vraaggestuurde zorg en maatstafconcurrentie. Of als de manager van de lagere school trots vertelt over zijn zelfsturende team van co-makers dat de leerling als coach vanaf de zijlijn begeleidt. Of als er in een brief van de gemeente staat dat ‘hondeneigenaren er te allen tijden zorg voor dienen te dragen dat hun viervoeter zich in aangelijnde toestand bevindt’.

De kracht en tegelijkertijd het gevaar van vaagtaal is dat we allemaal besmet zijn. Het vaagtaalvirus gedijt namelijk uiterst goed in een samenleving waar informatie centraal staat. Eén exemplaar van de Quest bevat waarschijnlijk al meer informatie dan de zeventiende-eeuwse wetenschapper Francis Bacon in zijn hele leven heeft vergaard. Helaas betekent dat niet dat we allemaal net zulke genieën zijn. Integendeel, om onze onkunde te verbergen gebruiken we nietszeggende taal waarmee we alle kanten uit kunnen. Voorzichtig, verhullend, abstract en voor velerlei uitleg vatbaar. Vaagtaal.

Vroeger werkten we in de fabriek, op het land of in het huishouden. Tegenwoordig verdienen we ons brood met het vergaren en uitwisselen van informatie, en dat doen we de hele dag. We luisteren naar de radio, kijken televisie, zoeken informatie op internet, sturen elkaar een e-mail, geven het laatste nieuws door via twitter en sms’en de sappigste roddels de wereld in. We staan voortdurend met elkaar in contact. Dag in, dag uit. Juist daarom zijn we uitermate gevoelig voor het vaagtaalvirus.

Toen de voormalig minister van Financiën, Wouter Bos, op het journaal zei dat hij linksom of rechtsom een oplossing zou vinden voor de gedupeerden van de failliete bank Icesave, was het effect de volgende dag meteen merkbaar. De directeur van een basisschool verklaarde aan bezorgde ouders dat hij linksom of rechtsom een vervanger zou vinden voor de zieke leerkracht van groep 7. De psycholoog liet zijn patiënt weten dat hij linksom of rechtsom wel over zijn depressie heen zou komen. De poelier meldde zijn klant dat hij linksom of rechtsom wel aan een pond leeuwerikenpastei kon komen. In één dag tijd werden alle problemen linksom of rechtsom opgelost. Dat klinkt mooi, maar maakt niemand wijzer.

Zo besmettelijk is vaagtaal. Vervelend, want vaagtaal kan grote gevolgen hebben. Denk maar aan de huiseigenaar die afziet van een serre, simpelweg omdat hij geen chocola kan maken van de wirwar aan regels waaraan hij moet voldoen. Als minister noemde Alexander Pechtold de taal van zijn ambtenaren mismoedig een buitenlandse taal. En terecht, het is een taal die je jezelf eigen moet maken voordat je enig idee hebt waar het over gaat. Dat niet iedereen die taal kan of wil leren, zal duidelijk zijn. Zo tekenen bewoners van een ‘kanswijk’ geen bezwaar aan tegen de aangekondigde ‘maatregelen in het kader van de leefbaarheid’. Drie weken later worden alle bushokjes verwijderd en dan pas dringt het besef door dat de maatregelen bedoeld waren om kansjongeren hun hangplek, de bushokjes, te ontnemen. De bewoners wachten voortaan in de regen op hun bus, een wel heel triest gevolg van de beruchte kloof tussen burger en overheid.

Uit de mond van politici is vaagtaal extra gevaarlijk. Als zij hun bedoelingen verstoppen achter een muur van vaagtaal bedreigt dat regelrecht de democratie. Een democratie kan alleen goed functioneren als kiezers een weloverwogen keuze kunnen maken, als de kiezer weet wat er speelt en begrijpt waar het debat over gaat. Door onbegrijpelijk sprekende politici verliezen kiezers het vertrouwen in de politiek en haken ze af. Oud-politicus Frits Bolkestein noemt de taal van de politiek zelfs ‘Binnenhofbargoens’, een boeventaaltje, want ‘wie taal effectief gebruikt, kan anderen flink beduvelen.´

Boeventaal? Hoe moet je het anders noemen? Een flink aantal politieke maatregelen van de afgelopen jaren is verpakt in een fleurig jasje van misleidende en dubbelzinnige woorden. Met vaagtaal wist de politiek de burger af te leiden van de werkelijke politieke maatregelen. Denk aan de roemruchte ‘marktwerking’. Dit woord is de afgelopen jaren tot glorieus doel verheven. Immers, met marktwerking kun je méér doen met mínder geld, en dat wil toch iedereen?

Marktwerking moest de Nederlandse Spoorwegen ‘rendabel’ maken. Met begrippen als concurrentie, resultaatverantwoordelijkheid en winstgevendheid zou er een enorme efficiencyslag plaatsvinden. Toch rijden de treinen geen seconde beter op tijd. Oud-adviseur en thrillerauteur Charles den Tex zegt hierover: ‘een goed spoornet is niet rendabel te krijgen. Het begrip “winst” bij de spoorwegen is beeldspraak. Geen wonder dat het spoorbeleid mislukt. Bij het eerste herfstblaadje of vlokje sneeuw stort het hele spoornet als een kaartenhuis ineen. We hebben het als makke schapen geaccepteerd. Marktwerking, het moet dus wel goed zijn ’.

Ook in de zorg stond marktwerking de afgelopen jaren bovenaan de agenda. Marktwerking maakte van de gezondheidszorg een care industry die streeft naar ‘efficiënt georganiseerde zorgprogramma’s en optimale samenwerking tussen alle schakels in het zorgproces’. De patiënt, op zijn beurt, is nu een mondige zorgconsument die compleet met persoonlijke zorgindicatie en een rugzakje vol zorgbudget op pad gaat als Alice in zorgland.

 We zijn er allemaal ingetrapt. Marktwerking is gewoon een ander woord voor bezuinigingen. Dankzij dit misleidende woord is ons sociale systeem rigoureus afgebouwd. Stel dat de regering had gezegd: ‘We gaan drastisch bezuinigen op de zorg en het onderwijs. We schroeven onze publieke diensten terug en bouwen onze verzorgingsstaat af.’ Hoe had de burger dan gereageerd? Met opstand en barricades! Niemand gaf een krimp, met schrijnende gevolgen: lange wachttijden in de zorg en een sterke achteruitgang van het openbaar vervoer. Dankzij marktwerking, dankzij vaagtaal.

Niet alleen het openbaar vervoer en de zorg zijn slachtoffer van vaagtaal. Ook de onderwijshervormingen van de afgelopen decennia zijn verpakt in bedrieglijke taal. Eerst voerde de politiek het ‘nieuwe leren’ in, een methode die ervan uitgaat dat leerlingen van nature willen leren en daarvoor slechts een zogeheten ‘exploratieve leeromgeving’ nodig hebben. Vervolgens kwam de tweede fase, een methode waarin bovenbouwleerlingen nóg zelfstandiger leren werken. Als klap op de vuurpijl kwam er het studiehuis, waarin leerlingen leren omgaan met informatie en waarin docenten slechts optreden als gids of leercoach.

Volgens dit nieuwe systeem hadden alle leerlingen gelijke kansen, en zo moest het ook volgens de toen heersende gelijkheidsgedachte. In werkelijkheid was het een ordinaire bezuinigingsmaatregel. Een leerling die zelfstandig zijn weg zoekt in het studiehuis kost nu eenmaal minder geld dan een leerling die bij elke tafel van vermenigvuldiging hulp nodig heeft. Een geniale vondst in dit kader is het woord ‘frontaal onderwijs’. Vóór de onderwijsvernieuwingen stond een leraar voor de klas en vertelde hij zijn leerlingen over algebra en meetkunde. Niks mis mee? Wel als je dit aanmerkt als ‘frontaal onderwijs’. Frontaal onderwijs, dat klinkt als een aanval op onschuldige, weerloze leerlingen. Vanuit dat oogpunt lijkt het bijna terecht dat niemand zich meer aan een dergelijke vorm van onderwijs bezondigt. Door er het label ‘frontaal onderwijs’ op te plakken is deze intensieve, en dus dure vorm van onderwijs, verdacht en niet meer van deze tijd.

De politieke taal van de onderwijsvernieuwingen laat goed zien hoe besmettelijk vaagtaal is. Immers, om de onderwijsvernieuwingen te vertalen naar de dagelijkse praktijk in de klas hebben duizenden onderwijskundig medewerkers zich in allerlei taalkundige bochten moeten wringen. Dat bleek een bijna onmogelijke opgave die alleen kon worden opgelost met woorden als ‘competentie’, ‘persoonlijk ontwikkelplan’ en ‘kennistransfer’. Het onderwijsbeleid hangt dan ook aan elkaar met dit soort gemeenplaatsen en open deuren. Zo deinst het meerjarenplan van een universiteit er niet voor terug om te vermelden dat de docent een ‘cruciale factor’ in het onderwijs is. Op vergelijkbare wijze meldt een Rotterdamse school voor beroepsonderwijs vol trots dat de school ‘leerlinggericht’ is. Een simpele negatietest laat zien hoe belachelijk deze uitspraak is: een school die zich niet op leerlingen richt, krijgt gegarandeerd de onderwijsinspectie op z’n dak.

Ook in het bedrijfsleven floreert vaagtaal volop. Zo noemt niemand zichzelf nog leidinggevende. Nee, manager is het minste wat je moet zijn. De dynamische manager put veel inspiratie uit zijn managementspeaktoolbox. Daarmee transformeert hij de alledaagse werkelijkheid tot ingewikkelde structuren, processen, targets en strategieën. Ook een secretaresse is ver te zoeken. Wie naïef naar haar informeert, wordt ofwel niet begrijpend aangestaard, of hardop uitgelachen. Secretaresse, het woord alleen al is zó twintigste-eeuws. De secretaresse van toen is tegenwoordig een heuse management supporter. De functie is precies hetzelfde, maar de naam riekt naar management, en dan is het goed.

Met dit soort taal ontstaat een schier onoverbrugbare kloof tussen hen die de taal wel begrijpen en hen die dat niet doen. Menig nieuwkomer in het bedrijfsleven waart daarom de eerste maanden verloren rond als een vreemdeling in een exotisch land. Obscure afkortingen en een overdaad aan schreeuwerig Amerikaanse termen maken zelfs van de meest getalenteerde kandidaat aanvankelijk een nul. Pas als hij termen als KPI, SLA en SWOT moeiteloos beheerst, is hij goed op weg om volledig lid van de bedrijfsgemeenschap te worden. En ja, als alle medewerkers vaagtaal gebruiken, dan is het logisch dat bedrijven ook nieuwe medewerkers werven met vaagtaal. Welk bedrijf is er niet op zoek naar een proactieve, dynamische en flexibele kandidaat zonder negen-tot-vijf mentaliteit? Kennelijk vraagt niemand zich af wat die termen eigenlijk betekenen. Zo kan het gebeuren dat een personeelsfunctionaris met een stalen gezicht vertelt op zoek te zijn naar een zelfstandige teamplayer.

Hoe bizar dit soort taal bij nadere beschouwing ook is, het weerhoudt ons er niet van het zelf ook te gebruiken. Sterker nog: wie geen vaagtaal gebruikt, doet zichzelf tekort. Met vaagtaal kun je je motieven geheim houden, anderen op het verkeerde been zetten, je eigen onkunde verbergen of jezelf interessanter voordoen dan je bent. Niet voor niets is het zo besmettelijk: vaagtaal is uiterst lucratief. Een duidelijke uitspraak, daar word je op afgerekend. Wil je kritiek vermijden? Hou het dan vaag en verwijs vooral niet naar de tastbare werkelijkheid. Ook is vaagtaal uiterst handig om anderen de schuld in de schoenen te schuiven: toen de onderwijsvernieuwingen niet het gewenste effect bleken te hebben, beschuldigde enkele politici onderwijsinstellingen ervan ‘beleidsresistent’ te zijn. Beleidsresistentie, met dit zorgvuldig gekozen woord krijgen de juffen en meesters de schuld van het falende onderwijsbeleid. Als zij, de ‘ontvangers’ van het beleid, nu een beetje hadden meegewerkt…

Is een vaagtaal-epidemie dan onafwendbaar? Is het al te laat? Gelukkig niet, maar om je te wapenen tegen vaagtaal moet je stevig in je schoenen staan. Het is niet makkelijk om onnodig ingewikkelde formuleringen of verhullende taal door te prikken. Als ‘ontvanger’ van vaagtaal is het zaak om altijd op je hoede te zijn en je voortdurend af te vragen wat iemand nu écht beweert. Durf duidelijke taal te vragen. Nee, beter nog: eis duidelijke taal!

Een lastig probleem bij het gevecht tegen vaagtaal is dat vaagtaal muteert. Denk bijvoorbeeld aan Jan, de goede oude dorpsgek. Vroeger was Jan debiel. Later veranderde Jan in een geestelijk gehandicapte die in een gekkenhuis woonde. Vervolgens werd Jan een andersvalide in een inrichting. Daarna had Jan ineens een leeruitdaging en woonde hij beschermd in de zorgintensieve woonsituatie van een woonzorgzone. Sinds kort vinden hulpverleners zelfs dat te zorgelijk klinken en daarom woont Jan nu in een woonservicegebied. En toch is Jan, als we eerlijk zijn, gewoon gek.

Zodra vaagtaal inboet aan kracht, komt er nieuwe vaagtaal voor in de plaats. Dat geldt ook voor het woord marktwerking: na jaren van marktwerking weten steeds meer mensen welke boodschap zich achter dit woord schuilhoudt. Om toch te kunnen bezuinigen, hebben politici nu een nieuw woord bedacht: de heroverweging. Heroverwegingen zullen het begrotingstekort terugdringen en de overheidsfinanciën verbeteren. Een heroverweging, wie kan daar nu tegen zijn?

Ook de opbouwwerkzaamheden in Afghanistan zijn een zachte dood gestorven. Zo gaat dat nu eenmaal met eufemismen. Tijd voor een nieuw woord. Via een ‘verplichtingenpauze’ en een ‘vertraagde terugtrekking’, lijkt het nu alsof we definitief vertrokken zijn uit Afghanistan: “Met het hijsen van de ISAF-vlag kwam een einde aan de missie in Uruzgan”. Of toch niet? Nee hoor, we blijven militaire ondersteuning geven aan de ISAF-missie. Militaire ondersteuning? Dat klinkt heel wat martialer dan opbouwwerkzaamheden. Voeren we dan nog steeds oorlog in Afghanistan?

Werk mee aan het ultieme stijlboek!

Beste taalliefhebber,

De redactie van Vaagtaal! schrijft hét ultieme stijlboek. Dit boek zal voor eens en altijd een einde maken aan al die akelige lijdende zinnen (‘er wordt geworden’), lastig leesbare voorzetseluitdrukkingen (‘door middel van’), irritante afkortingen (‘t.g.v. het SO’) en andere veroorzakers van lezersleed.

Wij hebben jouw hulp dringend nodig: aan welke stijlfouten erger jij je het meest? Wat vind jij hét symptoom van een slechte tekst? En hoe kun je volgens jou een tekst eenvoudig verbeteren? Stuur een mail naar info@vaagtaal.nl en draag een steentje bij aan het boek dat schrijvers van vage teksten eens goed de les leest.

Hartelijke groet,

Arjen Ligtvoet & Cathelijne de Busser
Redactie Vaagtaal!

PS Nominaties voor de Vaagtaalverkiezing 2010 kun je nog tot 15 augustus opgeven.

John busje der versterkte Stad

Vandaag probeerde een zogeheten ‘phisher’ mij mijn bankgegevens te ontfutselen. De mail was door een computer ‘vertaald’ naar het Nederlands en leverde daarom een heerlijke puzzel op: hoe zou de oorspronkelijke Engelse tekst hebben geluid?

Neem de aanhef ‘Lieve klant’. Dat is natuurlijk een vertaling van ‘dear customer’,  maar in het Nederlands klinkt dat een stuk kleffer dan in het Engels. ‘Hug your customer’ is in, dat blijkt.

Dan het verzoek om je ‘speld-code’ even te mailen. Speld-code? Aha, de computer heeft natuurlijk het woord ‘pin’ opgezocht in het woordenboek en dat vervolgens vertaald naar ‘speld’. Geniaal!

Daarna wordt het lastiger: ‘Het is ook onze verplichting die u een enkele maandelijkse nieuwsbrief met fooien die u ontvangt kan gebruiken te vermijden vallene slachtoffer van de internetfraude.’

Wat? Krijg ik verplichte fooien via een nieuwsbrief? Is dat de geijkte manier om slachtoffers van internetfraude op te vangen? Ach nee, een de computer heeft het woord ‘tip’ natuurlijk vertaald als ‘fooi’. Tips om geen slachtoffer van internetfraude te worden, daar gaat die nieuwsbrief vast over.

Maar dan, de e-mail is ondertekend met ‘John busje der versterkte Stad’. Pardon? Dat is wel een heel bijzondere naam. Zou er echt iemand zijn die zo heet? Nee, natuurlijk niet. Wie de naam stapje voor stapje terugvertaalt, komt uiteindelijk uit bij een oerhollandse naam:
-Jan is verkeerd om ‘vertaald‘ als John
-‘van’ is vertaald als ‘kleine bus’, ofwel ‘busje’
-‘voort’  is eerst herschreven als ‘fort’ en vervolgens vertaald als ‘versterkte stad’.
De oplossing van deze puzzel: Jan van der Voort! Of niet? Heb jij een betere oplossing? We horen het graag!

Hier is de mail in z’n geheel, zonder de criminele schakel, natuurlijk…

Lieve Klant,

Dit is een bericht van het veiligheidsdepartement van ABN-AMRO N.V. Het is ons beleid om u te informeren dat er internetfraudes momenteel zijn gebeuren in onze bank.

Aangezien maart 31, 2010 een nieuwe systeem/databank geïnstalleerd werd de vallenen frauduleuze activiteiten in onze bankwezensector te verdelgen, is het nieuwe Systeem "Voor Uw Veiligheid" genoemd.

Het is ook onze verplichting die u een enkele maandelijkse nieuwsbrief met fooien die u ontvangt kan gebruiken te vermijden vallene slachtoffer van de internetfraude. Met dit systeem, wij houdt u op de hoogte/alarmen van de activiteiten van de Internet Oplichter en bescherm ook u tegen het afscheppen.

Wij vragen dat u de volgende informatie over de schakel beneden invullen:
Thuisadres, Telefoonnummer, Uw Kaart Nummer, Uw Rekeningnummer en Speld-Code om maximale bescherming te verzekeren.

Gebruik de schakel beneden
<frauduleuze fooien-URL weggelaten>

U zult uw nieuwe Kaart binnen vijf (5) werkdagen ontvangen; dit is deel van onze beleidsmaken om te verzekeren dat alles volgens alle veiligheidsregels onder deze bank AAN GEEN KOSTEN gaat.

Wij hopen uw informatie zodra mogelijk te ontvangen!

Met vriendelijke groeten,

John busje der versterkte Stad
Manager
Veiligheidsdepartement
ABN AMRO N.V.
Amsterdam, Nederland

Verkiezingsvaagtaal en interview Bolkestein

CDA heeft het vaagste verkiezingsprogramma, PvdA en SP zijn het duidelijkst

Het CDA haalt als enige een onvoldoende voor duidelijk taal in zijn verkiezingsprogramma. PvdA en SP zijn met een ruime 8 de duidelijkste partijen. Zo blijkt uit onderzoek van Vaagtaal.

Vaagtaal heeft de verkiezingsprogramma’s onderzocht op onduidelijke, dubbelzinnige, misleidende, overbodige en storende woorden. Dit resulteerde in een rapportcijfer voor duidelijke taal.

Met een 10 is de tekst vaagtaal-vrij, met een 1 is de tekst volstrekt onbegrijpelijk. De resultaten van het onderzoek naar de taal van de verkiezingsprogramma’s staan in de nieuwsbrief Vaagtaal! (pfd op deze pagina, online-versie).

Hier vindt u ook een uitgebreid interview met Frits Bolkestein over zijn visie op de taal in de politiek.

Rapportcijfer duidelijke taal verkiezingsprogramma

  1. PvdA                        8,3
  2. SP                           8,1
  3. GroenLinks                7,3
  4. VVD                         7,1
  5. D’66                         7,0
  6. ChristenUnie              6,0
  7. Partij v/d Dieren         5,5
  8. CDA                         5,1

taalkloof burger-politiek afgenomen?
Alle aandacht voor duidelijke taal in de politiek begint zijn vruchten af te werpen. Alleen het CDA krijgt een onvoldoende voor het taalgebruik, de Partij voor de Dieren en de ChristenUnie scoren een magere voldoende. Toch valt er ook bij de andere politieke partijen nog flink wat te verbeteren. Hieronder staan de  5 meest gebruikte trucs waarmee politici hun boodschap maskeren.

top 5 verkiezingsvaagtaal

  1. Liefde voor loze kreten (unieke tijden, faillissement is een leermoment, linksom of rechtsom, uitdaging)
  2. Overdadig veel zinnen in de lijdende vorm (er wordt een maatregel genomen)
  3. Grossieren in containerwoorden (duurzaamheid, leefbaarheid, innovatie)
  4. Oubolligheid troef (bewerkstelligen, dit zal geschieden)
  5. Ruime slagen om de arm (een aantal, substantieel, aanzienlijk)

Frits Bolkestein ‘kloof tussen burger en politiek moet juist groter’
Extra: het grote Bolkestein-interview: Frits Bolkestein geeft zijn visie op de taal in de politiek.

Meer informatie over politiek en beleidstaal staat in het boek ‘Vaagtaal’ van Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser. Verkrijgbaar bij de boekhandel.

Immigratie kost miljarden? Valt mee, vaagtaal kost wel 10 miljard!

“Immigratie kost zes miljard” kopt De Telegraaf vandaag. Wilders heeft wetenschappelijk onderzoek laten uitvoeren en komt met schokkende cijfers:

“De toestroom van niet-westerse allochtonen kost de samenleving jaarlijks tussen de zes en tien miljard euro. Aan deze migranten is de Nederlandse belastingbetaler per saldo enkele tonnen per persoon kwijt.”

Enkele tonnen per jaar? Tjonge, dat klinkt schokkend! Maar… óf Wilders óf De Telegraaf heeft moeite met rekenen. Ga maar na. Nederland telt een beroepsbevolking van 8 miljoen personen. Zes miljard euro verdeeld over de beroepsbevolking, dat komt neer op € 750,- per persoon. Kijk, dat klinkt heel wat minder schokkend dan die “enkele tonnen per persoon”.

Wetenschappelijk onderzoek door vaagtaal: vaagtaal kost 10 miljard per jaar

Ja ja, wat Wilders kan, dat kan vaagtaal ook. Ook wij hebben even ‘wetenschappelijk’ onderzoek gedaan en concluderen het volgende: vaagtaal kost ons Nederlanders – inclusief niet Westerse migranten – 10 miljard euro per jaar.

Hoe we dat berekend hebben? Heel eenvoudig:

Stap 1
Volgens het CBS bedroegen de totale Nederlandse arbeidskosten in 2004 (laatst bekende cijfers) 246 miljard euro. Gecorrigeerd voor inflatie komt dat neer op 267 miljard euro in 2010.

Stap 2
Hoeveel tijd is de gemiddelde werkzame persoon per dag kwijt aan vaagtaal? Aan het ontcijferen van onduidelijke brieven, formulieren, notulen, werkbriefjes, opdrachten en andere teksten? Hier wordt het lastig, vandaar dat we een conservatieve schatting doen. Een effectieve werkdag telt 7 uur, hiervan is de werkende gemiddeld 15 minuten kwijt aan vaagtaal.

Stap 3
15 minuten per dag vaagtaal ontcijferen komt neer op 3,6% van de effectieve werktijd. Dit betekent dat vaagtaal 3,6% x 267 miljard = 9,6 miljard per jaar kost. Afgerond 10 miljard. Alstublieft, zo makkelijk is schokkend wetenschappelijk onderzoek!