Vijf manieren om je tekst te verprutsen

Schrijven verdient aandacht, tijd en heel veel oefening. Door veel te schrijven, ontdek je wat voor jou werkt. Misschien ben jij zo iemand die alleen kan schrijven met een twintig jaar oude vulpen. Of krijg jij pas echt inspiratie als er op de achtergrond een symfonie van Beethoven klinkt?

Ga op onderzoek uit, experimenteer, oefen en ontdek hoe jij het beste schrijft. De onderstaande vijf manieren leveren in ieder geval géén goede teksten op. Herken jij jezelf in één van deze schrijftypes? Dan is het de hoogste tijd om het eens op een andere manier te proberen.

1. De schermstaarder
De schermstaarder is een ongeduldige perfectionist. Alles moet in één keer goed. Toch verdwijnt het merendeel van de tekst van de schermstaarder meteen weer achter de deleteknop. Het grootste probleem van de schermstaarder is dat hij alles tegelijkertijd wil doen. Terwijl hij nog hard nadenkt over de centrale boodschap van zijn tekst, is hij ook al druk bezig met het formuleren van zinnen en met de eindredactie. Ieder woord moet taalkundig en grammaticaal kloppen, en dat terwijl hij nog helemaal niet weet waar hij eigenlijk over schrijft. De schermstaarder hecht meer waarde aan een taalkundig correcte tekst dan een begrijpelijk verhaal. Alles tegelijk, dat werkt niet. De arme hersens van de schermstaarder raken oververhit en dat leidt al snel tot een onwrikbare schrijfblokkade. Schermstaren is daarom een uiterst tijdrovende manier van schrijven die bar weinig resultaat oplevert.

2. De van-uitstel-komt-afsteller
Alle zegen komt van boven, net als inspiratie. De van-uitstel-komt-afsteller dwingt inspiratie niet af, maar wacht er geduldig op. Zolang de muze hem niets heeft ingefluisterd, begint hij niet met schrijven. En dat komt mooi uit, want dan kan hij nog even snel zijn ladeblok ordenen en naar zijn collega wandelen voor een praatje. Telkens als de van-uitstel-komt-afsteller inspiratie voelt komen, is er wel weer iets dat zijn aandacht vraagt… en ja hoor, dan is het alweer lunchtijd. Pas op het allerlaatste moment, als de deadline angstaanjagend dichtbij komt, ramt de van-uitstel-komt-afsteller nog even snel een kladje uit de pc. Met een verontschuldigend schouderophalen levert hij het op de valreep in: ‘Ja, meer dan een schets is het niet. Je weet wel, hè, drukdrukdruk.’

3. De knip-en-plakker
Schrijven? Dat is een kolfje naar de hand van de knip-en-plakker. Nou ja, schrijven? De knip-en-plakker beheerst de knip-en-plakfunctie van Word tot in alle finesses. Hij gaat meteen voortvarend aan het werk en tovert met een paar muisklikken een compilatie van zinnen en alinea’s uit oude teksten op het scherm. ‘Zo, dat is ook weer klaar,’ zegt de knip-en-plakker na een kwartiertje noest muisgeschuif. Arme lezer! Die krijgt een tekst voorgeschoteld die als los zand aan elkaar hangt. De toon van de tekst, de manier van schrijven en het onderwerp wisselen per alinea en soms zelfs per zin. Ook is dit soort teksten vaak erg lang: het schrijven ging zo makkelijk dat de knip-en-plakker er voor de duidelijkheid nog een paar extra alinea’s aan toevoegt.

4. De woordkabbelaar
De woordkabbelaar gaat meteen enthousiast aan het werk, maar bedenkt wel alles zelf. Nou ja… bedenken… de woordkabbelaar begint in het wilde weg te schrijven en ziet wel waar het schip strandt: ‘Zo, die zin staat er, maar ach, dat is ook nog wel interessant om te melden. En dit kan er ook nog wel even bij.’ Zo kabbelt de woordkabbelaar maar voort. Zin na zin groeit de tekst tot een lange en onrustig meanderende rivier die nergens begint en ook nergens eindigt. De woordkabbelaar houdt van schrijven. Hij orakelt maar door en houdt op geen enkele manier rekening met zijn lezers. De woordkabbelaar is te vergelijken met de spreker die zijn presentatie begint met de woorden: ‘Ik zal het kort houden’. Dan weet je dat het een lange en saaie zit gaat worden.

5. De vormgevingsfanaat
De vormgevingsfanaat verwart verpakking met inhoud. Hij besteedt veel tijd aan de opmaak van zijn tekst, maar vergeet tijd te reserveren voor het schrijven. Iedere zin is perfect uitgelijnd en voorzien van beginkapitaal en fijne ligaturen. De tekst van een vormgevingsfanaat ziet er indrukwekkend uit. De verwachtingen van de lezers zijn dan ook hooggespannen. Helaas komen die verwachtingen slechts bij hoge uitzondering uit.

Verkiezingsvaagtaal en interview Bolkestein

CDA heeft het vaagste verkiezingsprogramma, PvdA en SP zijn het duidelijkst

Het CDA haalt als enige een onvoldoende voor duidelijk taal in zijn verkiezingsprogramma. PvdA en SP zijn met een ruime 8 de duidelijkste partijen. Zo blijkt uit onderzoek van Vaagtaal.

Vaagtaal heeft de verkiezingsprogramma’s onderzocht op onduidelijke, dubbelzinnige, misleidende, overbodige en storende woorden. Dit resulteerde in een rapportcijfer voor duidelijke taal.

Met een 10 is de tekst vaagtaal-vrij, met een 1 is de tekst volstrekt onbegrijpelijk. De resultaten van het onderzoek naar de taal van de verkiezingsprogramma’s staan in de nieuwsbrief Vaagtaal! (pfd op deze pagina, online-versie).

Hier vindt u ook een uitgebreid interview met Frits Bolkestein over zijn visie op de taal in de politiek.

Rapportcijfer duidelijke taal verkiezingsprogramma

  1. PvdA                        8,3
  2. SP                           8,1
  3. GroenLinks                7,3
  4. VVD                         7,1
  5. D’66                         7,0
  6. ChristenUnie              6,0
  7. Partij v/d Dieren         5,5
  8. CDA                         5,1

taalkloof burger-politiek afgenomen?
Alle aandacht voor duidelijke taal in de politiek begint zijn vruchten af te werpen. Alleen het CDA krijgt een onvoldoende voor het taalgebruik, de Partij voor de Dieren en de ChristenUnie scoren een magere voldoende. Toch valt er ook bij de andere politieke partijen nog flink wat te verbeteren. Hieronder staan de  5 meest gebruikte trucs waarmee politici hun boodschap maskeren.

top 5 verkiezingsvaagtaal

  1. Liefde voor loze kreten (unieke tijden, faillissement is een leermoment, linksom of rechtsom, uitdaging)
  2. Overdadig veel zinnen in de lijdende vorm (er wordt een maatregel genomen)
  3. Grossieren in containerwoorden (duurzaamheid, leefbaarheid, innovatie)
  4. Oubolligheid troef (bewerkstelligen, dit zal geschieden)
  5. Ruime slagen om de arm (een aantal, substantieel, aanzienlijk)

Frits Bolkestein ‘kloof tussen burger en politiek moet juist groter’
Extra: het grote Bolkestein-interview: Frits Bolkestein geeft zijn visie op de taal in de politiek.

Meer informatie over politiek en beleidstaal staat in het boek ‘Vaagtaal’ van Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser. Verkrijgbaar bij de boekhandel.

Duitse onwoorden – Unwort des Jahres

Ook Duitsers houden zich bezig met taalverkiezingen. Sinds 1991 kiest een onafhankelijke jury jaarlijks het Unwort des Jahres. De winnaar van 2009: ‘Betriebsratverseucht’. Vrij vertaald betekent dit woord dat iemand ‘besmet’ is door zijn lidmaatschap van de ondernemingsraad (OR).

In de verkiezing van het Unwort des Jahres worden uitsluitend woorden gekozen die kwetsend zijn, of soms zelfs mensenrechten schaden. Eerdere winnaars waren onder andere ‘klimaneutral’,‘notleidende Banken’, ‘ausländerfrei’ en ‘Kollateralschaden’. Dat riekt behoorlijk naar vaagtaal, deze onwoorden!

Luchtfietsen

‘Humor en strijd helpen een bedrijf vooruit’

Deze gouden ondernemerstip komt van de directeur van de Koninklijke Utermöhlen, Don van der Vat. In de rest van het artikel legt hij even uit hoe je als bedrijf succes kunt hebben (Dagblad van het Noorden, 13 oktober 2009). Daarbij grossiert hij in zo veel vaagtaal dat hij een rode vaagtaalkaart niet kan ontlopen.

Zo begon hij zijn carrière als troubleshooter (cowboy?) om meteen een noodzakelijke afslankoperatie door te voeren (was hij te dik?). Zijn motto: je moet innovatief bezig zijn (mooi, het innovatiecliché). Daarbij wil hij ‘dat mensen goed op elkaar zijn afgestemd’ en dat bereik je als medewerkers zich proactief opstellen (jawel, proactief, de grootse personeelspraatdooddoener). Gelukkig waardeert hij zijn personeel wel, je moet immers op elkaars competenties (wat zijn dat precies?) kunnen rekenen en bouwen…

Mooie tips, maar of we daar nu succesvolle zakenlui van worden?

Revolutionair nieuw product

Er zijn steeds meer reeën in Nederland. Dat is natuurlijk hartstikke leuk, maar helaas hebben die beestjes de akelige gewoonte om zich op de openbare rijbaan te begeven. En dat is minder leuk.

Samen met heuse WBE’s (even voor de goede orde: dit zijn wildbeheereenheden) voert de gemeente Emmen nu proeven uit met een revolutionair nieuw product. Het product moet reeën er van weerhouden om de weg op te gaan. Eerst werden hiervoor reflecterende windmolentjes gebruikt. Dat werkte niet. Gelukkig zijn ze er nu: ‘reflecterende wildspiegels’ (Dagblad van het Noorden, 8 september 2009).

Reflecterende spiegels die het wild moeten afschrikken, dat klinkt in eerste instantie als een ware revolutie. De echte revolutie houden we echter nog te goed: door het bijvoeglijk naamwoord reflecterende suggereren de wildliefhebbers namelijk dat er ook niet-reflecterende spiegels bestaan. En dat is inderdaad revolutionair! Of tijd om die spiegel eens goed schoon te maken.

De haarziekte – akelig vaagtaalsymptoom?

Waar komt die niet te stuiten drang tot haarzeggerij toch vandaan? De staat en haar vijanden. Het fonds en haar rendement. Het management en haar verantwoordelijkheid.

De grammaticaregel lijkt zo simpel: naar een mannelijk of onzijdig woord verwijs je met ‘zijn’. Toch klinkt dat kennelijk voor velen niet goed genoeg. Is de associatie met het vrouwelijk geslacht taalkundig soms prettiger?

Haar in plaats van zijn is meestal alleen maar hinderlijk, maar soms een ware puzzel. Neem deze zin uit een streekroman:

  • ‘De man en haar geheimen.’

Gaat het hier om de geheimen van de man? Of heeft zijn mysterieuze maîtresse allerlei geheimen? Wie het weet, mag het zeggen (info@vaagtaal.nl).

Ook Onze Taal maakt zich druk om haar.

Vier manieren om je taal te vervuilen

Pas op voor contaminaties, dat zijn versmeltingen van verschillende woorden en uitdrukkingen; uit checken en nakijken ontstaat het populaire nachecken. Het pleonasme kennen we allemaal en is zeker niet alleen witte sneeuw of een ronde cirkel. Hoe vaak kom je niet tegen dat de vergadering tot later wordt uitgesteld of dat de externe omgeving in beweging is? Goed, ik waarschuw alvast vooraf dat de evaluatie pas achteraf plaatsvindt.

Een tautologie, dat is twee keer hetzelfde zeggen met andere woorden: ‘De oorzaak van de treinvertraging was te wijten aan een seinstoring’. Soms botst de betekenis van de gebruikte woorden en heb je een ‘omgekeerde’ tautologie: ‘Het kunstwerk krijgt voorlopig een vaste plaats op het plein voor het gemeentehuis.’ of ‘Jongeren moeten verplicht aan de slag als vrijwilligers.’

De mooiste taalvervuiling is misschien wel het malapropisme, een onbewust verhaspeld woord dat doet denken aan een daarop lijkend woord: ‘In hun enthousiasme waren de kinderen niet te stuiteren.’ of ‘Mijn man werd onlangs zomaar beschuldigd van een zedendelicatesse.’

Ontsporende beeldspraak is een vorm van taalvervuiling die erg pijnlijk kan uitpakken: ‘De belangenvereniging voor rolstoelgebruikers probeerde voet tussen de deur te krijgen bij de raadsvergadering’. Bijna lachwekkend wordt het als een beeld te letterlijk wordt genomen: ‘Door alle bezuinigingen is de verbetering van het spoor een gepasseerd station’.