Categorie archief: eufemisme

Van boete naar wettelijke verhoging

de trein als zen-meester

Een paar weken geleden had ik weer eens vertraging. Om mijn aansluitende trein te halen, had ik geen tijd om uit te checken bij de NS en weer in te checken bij Arriva.

In de trein ging ik meteen naar de conducteur om dit te melden. Die bleek helaas zo rechtlijnig als een spoorstaaf en schreef zonder aarzelen een boete uit… O nee, toch niet, dat zag ik verkeerd. De conducteur bleek namelijk helemaal geen conducteur te zijn, maar een ‘medewerker Service en Controle’ die mij tamelijk dwingend uitnodigde om een ‘wettelijke verhoging’ te voldoen.

Zo zie je maar hoe een argeloze reiziger zich kan vergissen. Toch voelt die 35 euro wettelijke verhoging als een volkomen onterechte boete, en voelde ik mij meer als crimineel dan als trouwe treinklant behandeld.

Behalve het verdwijnen van boetes en conducteurs heeft dit voorval natuurlijk weinig met vaagtaal te maken, maar ik ben toch benieuwd of jullie vergelijkbare ov-chipkaartperikelen meegemaakt hebben.

Hieronder de brief die ik aan Arriva heb gestuurd.

[wordt vervolgd]

de trein als zen-meester

Beste Arriva-medewerker,

Station Zwolle, vrijdag 7 november, 19:17
De trein vanuit Amsterdam rijdt zoals gewoonlijk vertraagd het station in. Gelukkig zie ik de trein naar Emmen nog op het perron staan. Ik sprint de trein uit – noodtrap op, noodtrap af – naar perron 15 en breek daarbij mijn persoonlijke snelheidsrecord. Gelukkig, de trein staat er nog steeds. Ik check uit bij de NS en ik check in bij u. Als ik bij de trein ben, schuiven de deuren dicht en moet ik wachten op de volgende trein. Dankzij de ‘paaltjesdans’ heb ik mijn aansluiting gemist. Niet voor het eerst, overigens.

de trein als zen-meester

Station Zwolle, vrijdag 21 november, 19:19
De trein vanuit Amsterdam rijdt zoals gewoonlijk vertraagd het station in. Gelukkig zie ik de trein naar Emmen nog op het perron staan. Ik sprint de trein uit – noodtrap op, noodtrap af – naar perron 15 en verbrijzel daarbij mijn persoonlijke snelheidsrecord van twee weken eerder. Gelukkig, de trein staat er nog steeds… maar het fluitje klinkt al. Ik ren de overstappaaltjes voorbij en haal de trein op de laatste halve seconde.

Trein Zwolle – Coevorden: 35 euro boete
Een kostbare zaak, zo bleek. In de trein ging ik zo snel mogelijk naar de conducteur om te melden dat ik geen tijd had om uit en weer in te checken. Het resultaat: een extra duur treinkaartje, 35 euro boete en het roemruchte zinnetje “u bent niet verplicht tot antwoorden”. In één klap van klant naar crimineel.

Palendans
Ik had, volgens de conducteur, tijd genoeg om mijn OV-chipkaart tegen de paal van de NS te houden, te wachten tot die groen licht geeft, vervolgens de OV-chipkaart tegen de paal van Arriva te houden, hier nog wat langer te wachten tot de bedrieglijk opgewekte piep klinkt. Maar goed, die tijd had ik – net als twee weken eerder – dus niet.

de trein als zen-meester

Géén geld terug bij vertraging
De conducteur, een potige kerel, vond het onterecht dat ik door een vertraging van de NS niet wilde betalen voor mijn rit met Arriva. Ook dat is onzin. Ik betaal graag, maar door het tijdrovende gedoe met die paaltjes is dat niet altijd even gemakkelijk. Waar nog bij komt, dat ik door mijn trein te missen ook mijn bus mis en een vol uur later thuis ben. Geld terug bij vertraging? Daar heb ik als klant natuurlijk geen recht op. Arriva wijst dan met een beschuldigende vinger naar de NS: ‘Wij gaan natuurlijk niet opdraaien voor vertraging van de ander’. Omgekeerd precies hetzelfde.

Criminele boete
Ik had aantoonbaar geen tijd om uit te checken en in te checken (dat kunnen jullie vast wel nakijken in mijn OV-chiphistorie van 7 en 21 november) en ben daar vervolgens de dupe van. Ik ben treinklant en wat maakt het mij uit of ik in een trein van de NS of van Arriva zit? Ik mag toch verwachten dat aansluitingen, zoals ze in de reisplanner staan, haalbaar zijn? Dat Arriva en NS daar samen voor zorgen?

Dat ik in deze situatie bijna 45 euro moet betalen voor een ritje dat mij anders (met 40% korting) een paar euro kost, vind ik volstrekt onredelijk. Zeker omdat ik daarbij ook nog eens als crimineel behandeld wordt. Vandaar mijn verzoek tot restitutie van het boetebedrag.

 [wordt vervolgd]

25 elementaire schrijfregels

Duidelijk schrijven is helemaal niet moeilijk. Hou je gewoon even aan de onderstaande 25 elementaire schrijfregels! Tenzij je bewust afwijkt van de regels, dan mag het weer wel.

  • 1. Schrijf voor je lezer (en doe niet aan tekstuele zelfverheerlijking)
  • 2. Weet wat je wilt zeggen (en ga niet oeverloos zwetsen)      
  • 3. Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort (en voorkom een onlogische tekststructuur)
  • 4. Hou je aan één stijl (en bezondig je niet aan stijlbreuken)
  • 5. Gebruik alledaagse taal (en bezig geen ouderwetse en formele uitdrukkingen)
  • 6. Denk na over jargon (en gebruik geen woorden die de lezer buitensluiten)
  • 7. Schrijf concreet (en maak je tekst niet abstracter dan absoluut noodzakelijk is)
  • 8. Vermijd formuletaal (en zet clichés en standaardzinnen in de ijskast)
  • 9. Schrijf korte zinnen (en maak meteen korte metten met ellenlang voortkabbelende epistels die kant noch wal raken en de lezer alleen maar afleiden van waar het eigenlijk echt in feite over gaat; je begrijpt wel waar ik op doel met deze regel)
  • 10. Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort (en voorkom tangconstructies)
  • 11. Zet woordwegwijzers in ([omdat] je lezer anders hopeloos verdwaalt)
  • 12. Formuleer positief (want niet iedereen houdt van het woordje ‘niet’)
  • 13. Vermijd voorzetseluitdrukkingen (en laat in het kader van en door middel van voortaan achterwege)
  • 14. Voorkom lijdend leed door passieve zinnen (en vermijd overmatig gebruik van wordt en worden)             
  • 15. Laat werkwoorden hun werk doen (en schrap de naamwoordstijl uit je schrijftoolbox)
  • 16. Wees kritisch over Engels (want Nederlands is simply best wel a sort of cool!)
  • 17. Vervang eufemismen (en buig je ontwijkende taal om in directe duidelijkheid)                 
  • 18. Schrijf afkortingen uit (en schrap al die ontluisterende afko’s)
  • 19. Pas op voor dodelijke bullets (en laat je opsommingen voortaan niet meer ontsporen)       
  • 20. Schrap overbodige woorden (want je lezer heeft echt geen tijd voor lange teksten)
  • 21. Let op overbodige spaties (en voor kom uit een gerukte woorden)
  • 22. Verwijder akelige voorvoegsels (en check even na of je wel duidelijk doorcommuniceert)
  • 23. Laat onnodige achtervoegsels achterwege (want die zijn in de tekstcontext van het schrijfgebeuren volkomen overbodig)
  • 24. Denk aan spelling en grammatica (leidt je lezer niet af met verassende en hindelijke taalfouten)
  • 25. Zorg voor een logische opmaak (zodat je lezer niet in visuele chaos ten onder gaat)
  • Hier zijn de 25 elementaire schrijfregels als pdf.

    Hou vaagtaal in de gaten. De komende tijd volgt meer uitleg over de regels.

    Vaagtaal Top 100. Cursus duidelijk schrijven: tekstridder.

Qbuzzzzzzzzzzzzzzzzzzz

Sinds 13 december verzorgt Qbuzz alle busverbindingen in Groningen en Drenthe. Trots presenteert deze nieuwe vervoerder de dienstregeling in een keurig uitziend boekje.

Het lijkt er allemaal een stuk beter op te worden. Vooral de reizigers in het grensgebied bij Schoonebeek komen er goed vanaf. Vanaf de grens bij Nieuw-Schoonebeek is er nu bijvoorbeeld een heuze spitslijn die ’s morgens elk halfuur naar Emmen rijdt. Ook reizigers die in Coevorden overstappen op de trein hebben geluk. De aansluiting op de stoptreinen van en naar Zwolle is vanaf nu naadloos.

‘Heerlijk! Wat een vooruitgang!’, denkt de argeloze reiziger in het grensgebied, ‘nooit meer stressen in de spits, maar met een krant en een thermoskan met koffie in de spitslijn naar het werk.’ Helaas, schijn bedriegt. Alleen om 6:34 en 7:04 kan de spitsreiziger vanaf de grens in Nieuw Schoonebeek naar Emmen reizen.

Dat is inderdaad om het halfuur…. nou ja, één keertje dan. Daarna is de spits kennelijk voorbij. Wie later op de dag naar Emmen wil reizen, heeft pech. Morgen is er weer een dag, mét spitslijn.

En dan die naadloze aansluiting op de stoptrein in Coevorden. 3 minuten bedraagt die naadloze aansluiting. De enkeling die dit haalt, heeft inderdaad een naadloze verbinding, maar de meesten zullen de trein voor hun neus weg zien rijden. Zeker met al die sneeuw en gladheid.

Eén overstap haalt Qbuzz wel: de naadloze overstap op een rode vaagtaalkaart, elk halfuur weer. Gefeliciteerd!

Opbouwend duidelijk over Afghanistan

In het Reformatorisch Dagblad van vrijdag 20 november 2009 was Jaap de Hoop Scheffer, oud secretaris van de Navo, opvallend duidelijk:

  • Wees eerlijk en noem Afghanistan geen wederopbouwmissie. Er moest en moet gevochten worden.

Zou De Hoop Scheffer ons boek hebben gelezen? Daar schrijven we immers:

Door vaagtaal ging Nederland zelfs op oorlogspad in het verre Afghanistan. Zo gevaarlijk is vaagtaal. Onzin? De relatie tussen vaagtaal en de oorlog in Afghanistan vergezocht?

Nou kijk, vroeger was er geen grotere eer dan als soldaat te sterven voor het vaderland. Nu is daar nauwelijks nog iemand voor te porren. Ook voor de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan was aanvankelijk weinig maatschappelijke steun. Het woord ‘oorlog’ riep te veel het beeld op van uiteengereten ingewanden, uitgesmeerd over een stoffig marktplein na een precisiebombardement. Oorlog was niet te verkopen aan de Nederlandse burger en daarom politiek niet haalbaar.

De politieke elite wilde bondgenoot Amerika echter niet afvallen en riep de hulp in van een taaltovenaar. Na wat politieke schermutselingen kon de Nederlandse missie dan toch doorgaan en voeren onze jongens in Afghanistan robuuste opbouwwerkzaamheden uit. Met zorgvuldig gekozen woorden heeft de regering de emotionele lading van oorlog buitenspel gezet en het maatschappelijk denken veranderd. In werkelijkheid is er natuurlijk geen verschil tussen een opbouwmissie en een oorlog. Ook tijdens opbouwwerkzaamheden worden Nederlandse soldaten uiteengereten door bermbommen en schieten kameraden elkaar per ongeluk dood in een uitwisseling van vriendelijk klinkend maar levensgevaarlijk friendly fire. Zoals dat in elke oorlog gaat.

(dit citaat staat in het gratis hoofdstuk dat op managementboek.nl te vinden is)

Heroverweging: rode kaart voor Beatrix

De troonrede van 2009 doet aan taalkundige vernieuwing:

  • De regering zal het komende halfjaar fundamentele heroverwegingen voorbereiden…
  • De heroverwegingen moeten er ook toe leiden dat onderwijs, kennis, innovatie en ondernemerschap doelgerichter worden ingezet…
  • De heroverwegingen hebben tot doel fundamentele keuzes te maken met het oog op een economisch en sociaal krachtig Nederland.

Wat zou de koningin met deze heroverwegingen bedoelen? Volgens de van Dale is een heroverweging een synoniem voor bezinning. Maar jezelf voorbereiden op fundamentele bezinningen is lariekoek. Wie verder leest, merkt al snel dat de koningin eigenlijk doelt op doodgewone bezuiningen:

  • Om bij te dragen aan het noodzakelijk herstel van de overheidsfinanciën zal onderzocht worden waar met 20 procent besparing maatschappelijke doelen kunnen worden gerealiseerd

En daar komt de aap uit de mouw: vermomd in vaagtaal en verkocht met het aloude meer doen met minder geld, gaan we gewoon ordinair bezuinigen.

Voor deze heroverweging krijgt de koningin een rode kaart.

Een straatje eufemismen

Wie de harde waarheid wil verzachten, kan altijd terecht bij een van de vele eufemismen die de Nederlandse taal rijk is. Denk bijvoorbeeld aan die goede oude poetsvrouw. Hoe pijnlijk vinden we het dat een dorpsgenoot op haar knieën onze wc-pot boent! In het progressieve Nederland riekt dat veel te veel naar een klassenmaatschappij van gegoede burgerij en proletariaat. Vandaar dat onze spil in het huishouden (ook een eufemisme!) eerst ‘hulp’ of ‘werkster’ is gaan heten, maar inmiddels als interieurverzorgster een kleverige dot haren uit het doucheputje verwijdert.

Vroeg of laat verliest ieder eufemisme zijn kracht. Dan weet iedereen dondersgoed dat een kansjongere eigenlijk hetzelfde is als de jeugdige crimineel van weleer. En bij die Rotterdamse prachtwijk Spangen denkt iedereen gewoon weer aan een vervallen buurt waar geen verstandig mens zich ’s avonds laat nog durft te vertonen. Weliswaar houdt het ene eufemisme het langer vol dan het andere, maar vroeg of laat beseft iedereen echt wel welke ellende er achter een woord schuilgaat.

Eufemismen zijn erg geliefd onder beleidsmakers. Denk bijvoorbeeld aan de vele Marokkanen die in de jaren zestig en zeventig naar Nederland kwamen om hier slecht betaald en vies werk te doen. Ze waren dringend nodig, maar werden door velen gezien als onbetrouwbaar volk dat zo snel mogelijk weer terug naar Marokko moest. Door deze groep Marokkanen officieel als gastarbeiders aan te duiden, kon de overheid nog een tijdje de schijn ophouden van een land dat gastvrij zijn gasten ontvangt. En gasten zijn altijd tijdelijk.

Inmiddels weet iedereen hoe het de gastarbeiders is vergaan. Een groot deel keerde niet terug, maar vestigde zich permanent in Nederland. Langzaam werden het immigranten, een woord dat ook al snel een negatieve bijklank kreeg. De ‘medelander’ kwam en ging, net als de Nederlander van Marokkaanse afkomst en de persoon met minstens één in het buitenland geboren ouder.

En nu? De laatste jaren slaan steeds meer mensen door naar de andere kant. Het eufemisme van gastarbeider, medelander, allochtoon of Nederlander van Marokkaanse afkomst is plaats gaan maken voor het pejoratief kut-Marokkaan, een woord dat weinig aan de verbeelding overlaat. Toch is ook dit woord minstens net zo dubieus als zijn voorgangers, want het zet in een klap een hele bevolkingsgroep in een kwaad daglicht.

Gelukkig biedt taal hier ook uitkomst. Als het dan toch kut-Marokkanen zijn, dan zijn het volgens de Amsterdamse burgemeester Cohen wel ónze kut-Marokkanen. En zo is Nederland toch weer een gastvrij land.