Qbuzzzzzzzzzzzzzzzzzzz

Sinds 13 december verzorgt Qbuzz alle busverbindingen in Groningen en Drenthe. Trots presenteert deze nieuwe vervoerder de dienstregeling in een keurig uitziend boekje.

Het lijkt er allemaal een stuk beter op te worden. Vooral de reizigers in het grensgebied bij Schoonebeek komen er goed vanaf. Vanaf de grens bij Nieuw-Schoonebeek is er nu bijvoorbeeld een heuze spitslijn die ’s morgens elk halfuur naar Emmen rijdt. Ook reizigers die in Coevorden overstappen op de trein hebben geluk. De aansluiting op de stoptreinen van en naar Zwolle is vanaf nu naadloos.

‘Heerlijk! Wat een vooruitgang!’, denkt de argeloze reiziger in het grensgebied, ‘nooit meer stressen in de spits, maar met een krant en een thermoskan met koffie in de spitslijn naar het werk.’ Helaas, schijn bedriegt. Alleen om 6:34 en 7:04 kan de spitsreiziger vanaf de grens in Nieuw Schoonebeek naar Emmen reizen.

Dat is inderdaad om het halfuur…. nou ja, één keertje dan. Daarna is de spits kennelijk voorbij. Wie later op de dag naar Emmen wil reizen, heeft pech. Morgen is er weer een dag, mét spitslijn.

En dan die naadloze aansluiting op de stoptrein in Coevorden. 3 minuten bedraagt die naadloze aansluiting. De enkeling die dit haalt, heeft inderdaad een naadloze verbinding, maar de meesten zullen de trein voor hun neus weg zien rijden. Zeker met al die sneeuw en gladheid.

Eén overstap haalt Qbuzz wel: de naadloze overstap op een rode vaagtaalkaart, elk halfuur weer. Gefeliciteerd!

Opbouwend duidelijk over Afghanistan

In het Reformatorisch Dagblad van vrijdag 20 november 2009 was Jaap de Hoop Scheffer, oud secretaris van de Navo, opvallend duidelijk:

  • Wees eerlijk en noem Afghanistan geen wederopbouwmissie. Er moest en moet gevochten worden.

Zou De Hoop Scheffer ons boek hebben gelezen? Daar schrijven we immers:

Door vaagtaal ging Nederland zelfs op oorlogspad in het verre Afghanistan. Zo gevaarlijk is vaagtaal. Onzin? De relatie tussen vaagtaal en de oorlog in Afghanistan vergezocht?

Nou kijk, vroeger was er geen grotere eer dan als soldaat te sterven voor het vaderland. Nu is daar nauwelijks nog iemand voor te porren. Ook voor de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan was aanvankelijk weinig maatschappelijke steun. Het woord ‘oorlog’ riep te veel het beeld op van uiteengereten ingewanden, uitgesmeerd over een stoffig marktplein na een precisiebombardement. Oorlog was niet te verkopen aan de Nederlandse burger en daarom politiek niet haalbaar.

De politieke elite wilde bondgenoot Amerika echter niet afvallen en riep de hulp in van een taaltovenaar. Na wat politieke schermutselingen kon de Nederlandse missie dan toch doorgaan en voeren onze jongens in Afghanistan robuuste opbouwwerkzaamheden uit. Met zorgvuldig gekozen woorden heeft de regering de emotionele lading van oorlog buitenspel gezet en het maatschappelijk denken veranderd. In werkelijkheid is er natuurlijk geen verschil tussen een opbouwmissie en een oorlog. Ook tijdens opbouwwerkzaamheden worden Nederlandse soldaten uiteengereten door bermbommen en schieten kameraden elkaar per ongeluk dood in een uitwisseling van vriendelijk klinkend maar levensgevaarlijk friendly fire. Zoals dat in elke oorlog gaat.

(dit citaat staat in het gratis hoofdstuk dat op managementboek.nl te vinden is)

Heroverweging: rode kaart voor Beatrix

De troonrede van 2009 doet aan taalkundige vernieuwing:

  • De regering zal het komende halfjaar fundamentele heroverwegingen voorbereiden…
  • De heroverwegingen moeten er ook toe leiden dat onderwijs, kennis, innovatie en ondernemerschap doelgerichter worden ingezet…
  • De heroverwegingen hebben tot doel fundamentele keuzes te maken met het oog op een economisch en sociaal krachtig Nederland.

Wat zou de koningin met deze heroverwegingen bedoelen? Volgens de van Dale is een heroverweging een synoniem voor bezinning. Maar jezelf voorbereiden op fundamentele bezinningen is lariekoek. Wie verder leest, merkt al snel dat de koningin eigenlijk doelt op doodgewone bezuiningen:

  • Om bij te dragen aan het noodzakelijk herstel van de overheidsfinanciën zal onderzocht worden waar met 20 procent besparing maatschappelijke doelen kunnen worden gerealiseerd

En daar komt de aap uit de mouw: vermomd in vaagtaal en verkocht met het aloude meer doen met minder geld, gaan we gewoon ordinair bezuinigen.

Voor deze heroverweging krijgt de koningin een rode kaart.

Een straatje eufemismen

Wie de harde waarheid wil verzachten, kan altijd terecht bij een van de vele eufemismen die de Nederlandse taal rijk is. Denk bijvoorbeeld aan die goede oude poetsvrouw. Hoe pijnlijk vinden we het dat een dorpsgenoot op haar knieën onze wc-pot boent! In het progressieve Nederland riekt dat veel te veel naar een klassenmaatschappij van gegoede burgerij en proletariaat. Vandaar dat onze spil in het huishouden (ook een eufemisme!) eerst ‘hulp’ of ‘werkster’ is gaan heten, maar inmiddels als interieurverzorgster een kleverige dot haren uit het doucheputje verwijdert.

Vroeg of laat verliest ieder eufemisme zijn kracht. Dan weet iedereen dondersgoed dat een kansjongere eigenlijk hetzelfde is als de jeugdige crimineel van weleer. En bij die Rotterdamse prachtwijk Spangen denkt iedereen gewoon weer aan een vervallen buurt waar geen verstandig mens zich ’s avonds laat nog durft te vertonen. Weliswaar houdt het ene eufemisme het langer vol dan het andere, maar vroeg of laat beseft iedereen echt wel welke ellende er achter een woord schuilgaat.

Eufemismen zijn erg geliefd onder beleidsmakers. Denk bijvoorbeeld aan de vele Marokkanen die in de jaren zestig en zeventig naar Nederland kwamen om hier slecht betaald en vies werk te doen. Ze waren dringend nodig, maar werden door velen gezien als onbetrouwbaar volk dat zo snel mogelijk weer terug naar Marokko moest. Door deze groep Marokkanen officieel als gastarbeiders aan te duiden, kon de overheid nog een tijdje de schijn ophouden van een land dat gastvrij zijn gasten ontvangt. En gasten zijn altijd tijdelijk.

Inmiddels weet iedereen hoe het de gastarbeiders is vergaan. Een groot deel keerde niet terug, maar vestigde zich permanent in Nederland. Langzaam werden het immigranten, een woord dat ook al snel een negatieve bijklank kreeg. De ‘medelander’ kwam en ging, net als de Nederlander van Marokkaanse afkomst en de persoon met minstens één in het buitenland geboren ouder.

En nu? De laatste jaren slaan steeds meer mensen door naar de andere kant. Het eufemisme van gastarbeider, medelander, allochtoon of Nederlander van Marokkaanse afkomst is plaats gaan maken voor het pejoratief kut-Marokkaan, een woord dat weinig aan de verbeelding overlaat. Toch is ook dit woord minstens net zo dubieus als zijn voorgangers, want het zet in een klap een hele bevolkingsgroep in een kwaad daglicht.

Gelukkig biedt taal hier ook uitkomst. Als het dan toch kut-Marokkanen zijn, dan zijn het volgens de Amsterdamse burgemeester Cohen wel ónze kut-Marokkanen. En zo is Nederland toch weer een gastvrij land.