Categorie archief: binnenhofbargoens

Het radicale midden en de wervende vaagtaal van het CDA

Het CDA gaat op zoek naar het radicale midden, in ‘nieuwe, wervende taal’. Vandaar dat het rapport ‘Kiezen en Verbinden’ opent met de ‘taakopdracht’ van de opstellers:

‘Met inachtneming van de aanbevelingen welke zijn gedaan in de evaluatierapporten en met kennisname van het Program van Uitgangspunten, de betreffende resoluties en andere partijrapporten over dit onderwerp, heeft het Beraad de taak om een aanzet te formuleren voor een nieuwe koers voor de (Nederlandse) christendemocratie voor de komende 10 à 15 jaar, Agenda 2025.’

Met zo’n taakomschrijving zal het niemand verrassen dat het CDA maar liefst 62 pagina’s nodig heeft om z’n nieuwe ziel en zaligheid uit te dragen. Vrijwel tegelijkertijd brengen PvdA, SP en GroenLinks hun gezamenlijke visie uit, maar die hebben slechts vijf pagina’s nodig voor hun ‘samen de crisis te lijf’.

Terug naar het CDA. Hoe ziet deze radicale middenpartij nieuwe en wervende taal? Tja, alles staat of valt met ‘heldere keuzes’ en deze heldere keuzes, dat is een uitermate belangrijk onderdeel van het radicale midden… Maar ja, zit je dan in het gewone midden als je geen keuzes maakt, of zit je dan juist aan de radicale rand?

Taal is belangrijk voor het CDA. De taal aanpassen aan de huidige tijd is nog belangrijker. Vandaar dat de commissie ‘Nieuwe Woorden, Nieuwe Beelden’ de klassieke uitgangspunten van de partij heeft ‘hertaald’ naar vier ‘actieve intenties’ voor de partij. Een voorbeeldje: ‘Gespreide verantwoordelijkheid’ staat in de hertaling voor de notie dat politiek voor het CDA begint met de ‘erkenning van het maatschappelijk initiatief’. ’t Is maar dat je het weet, maar of je het ook begrijpt? Wij in ieder geval niet.

De rol van de overheid is volgens het CDA heel divers: ‘Een slagvaardige overheid kan afhankelijk
van haar taak differentiëren in haar rol: normeren, reguleren, regisseren, faciliteren, controleren en sanctioneren’. Vermoedelijk is dit lijstje na heel veel discussie en intern geharrewar tot stand gekomen, want het is duidelijk nog wervend. Wat is het verschil tussen normeren en reguleren? Wat is faciliteren? En wat in hemelsnaam is een regisserende overheid? Of gaan we hier wéér de discussie over het omroepbestel aan?

Ten slotte, dat radicale midden komt volgens het CDA neer op: ‘bewegen is noodzakelijk om Nederland structureel te versterken’, en dat vertaalt (of hertaalt?) zich in vijf punten:

  1. Van vrijblijvend naar betrokken
  2. Van grenzen naar ruimte
  3. Van verbruiken naar waarderen
  4. Van polarisatie naar participatie
  5. Van nazorg naar voorzorg

Nou, als dat niet radicaal is… Kennelijk is duidelijke taal toch nog een stapje te radicaal voor het CDA. Of ligt de nadruk misschien toch eerder op een nietszeggend compromis in het midden?

(Meer voorbeelden van CDA-Vaagtaal in onze analyse van het CDA-verkiezingsprogramma en overige verkiezingsprogramma’s)

Cruciale mama Van Bijsterveldt voor de klas

Ouders moeten meer betrokken worden bij het onderwijs van hun kinderen. Sterker nog, ouders zijn cruciaal voor het onderwijs van hun kinderen. Dat meldt minister Van Bijsterveldt in een brief aan de Tweede Kamer. Dat klinkt goed. Dat klinkt logisch. Wie kan daar tegen zijn? Niemand toch? Maar hoe ver moet je gaan in deze betrokkenheid? Heel ver, vindt Van Bijsterveldt: ‘ouders moeten hun talenten en deskundigheid inzetten om het onderwijs te verrijken‘.

Verplichte niet-vrijblijvende overeenkomst

Aha, kennelijk zijn didactische kwaliteiten iets wat iedere ouder automatisch bezit. Daarvoor hoef je echt geen jarenlange pabo-opleiding te volgen of een onderwijsbevoegdheid te hebben. Even een sollicitatiegesprekje bij Van Bijsterveldt, even de ‘niet-vrijblijvende overeenkomst’ ondertekenen, en aan de slag.

Het onderwijs is enige tijd geleden overgedragen aan een daarvoor heel handig instituut: de school. Ik moet er niet aan denken dat Anne’s vader– een contactschuwe bêta – mijn kinderen voortaan rekenles geeft. Of dat Kevin’s moeder – die zo graag naar Tien voor Taal kijkt – mijn kinderen de deetjes en de teetjes gaat uitleggen. En ik hou mijn hart vast bij de gedachte dat Jenny’s vader voortaan wekelijks naar het zwembad scheurt met mijn kinderen in zijn prehistorische volkswagenbusje omdat de schoolbus is wegbezuinigd…

Pas op, bezuinigingsgevaar!

Ouders betrekken bij het onderwijs en de opvoeding van hun kinderen. Daar is geen weldenkend mens tegen. Echter, stiekem hevelt van Bijsterveldt zo taken van het onderwijs naar de ouders. Haar oproep is niets meer en niets minder dan de aankondiging van verdere bezuinigingen op het onderwijs, verstopt achter ‘aandacht voor de kinderen’ en onder het mom van ‘normen en waarden’. Tegelijkertijd is het een ferme stap terug voor de emancipatie van de vrouw. Want wie zal leesmoeder, luizenmoeder of biepmoeder worden?

Natuurlijk bemoei ik mij met de opvoeding en het onderwijs van mijn kinderen. Van de overheid verwacht ik echter goede scholen en goede leraren. Precies zoals de kreet ‘Nederland kennisland’ suggereert. Laat die 130 kilometer per uur maar zitten, da’s niet zo relevant. Gebruik dat geld voor echt belangrijke zaken.

Jawel, we gaan slimmer werken

Veel hoop op verbetering is naïef, want in de ‘tekortsectoren’ gaat Van Bijsterveldt de boel ‘slimmer’ aanpakken, zodat ‘we met minder mensen hetzelfde werk kunnen doen’, zei ze vannochtend op de radio. En daar zit de crux. Want wat is er nodig om slimmer te werken? Juist, beter onderwijs.

Tekst Vaagtaalrede 2011 | de troonrede van de taal

Leden van het taalliefhebbersgilde,

Ons land maakt taalkundig moeilijke tijden door. Vanuit deze visie wil Vaagtaal de problemen van vandaag aanpakken en de kansen voor morgen creëren. Dat doet zij in de vaste overtuiging dat de kracht van het Nederlands zit in de ruim 23 miljoen gebruikers van het Nederlands.

Hierbij hoort een kleine en krachtige Vaagtaalredactie, die taalgebruikers en taalconsumenten meer ruimte geeft. Om die reden komen we tot voorstellen om het taalgebruik te ontvagen, om zo creativiteit en innovatie te stimuleren. Het terugdringen van de talige bureaucratie biedt taalgebruikers meer mogelijkheden om hun vakmanschap te ontplooien.

De operatie om Vaagtaal uit het Nederlands te weren gaat aan niemand ongemerkt voorbij. Voor vrijwel iedereen daalt in het komend jaar de vaagtaalwoordenschat. Tal van soorten vaagtaal – ambtenaritis, managementspeak, zorggezemel – worden versoberd. Het uitganspunt van de Vaagtaalredactie is dat mensen niet gebaat zijn bij vaagtaal. Zij voert daarom een beleid dat taalkundige zelfstandigheid en maatschappelijk betrokkenheid bij taalkundige vraagstukken stimuleert.

Op tal van terreinen zijn structuurversterkingen nodig om het Nederlands toekomstbestendiger te maken. De toenemende invloed van het Engels in onze taal en de verschuivingen in de mondiale verhoudingen vragen om een actieve opstelling in de wereld.

Leden van het taalliefhebbersgilde,

Het is een zware taak die ons te wachten staat. Laat uw stem daarom niet verloren gaan en vervoeg u onverwijld ter adresse van de Vaagtaalverkiezing.

Afghanistan tot de grond aan toe opbouwen

Vaagtaal en de missie in Afghanistan, het blijft actueel. Is er nu wel of niet sprake van opbouw of wederopbouw? Was het echt een wederopbouwmissie en wat is er dan opgebouwd? En, hoe bouw je een opbouwmissie op de juiste manier af en dan weer op?

Nu wordt het misschien een trainingsmissie… ondersteund door F-16′s en militairen, maar die mogen alleen in ‘acute noodsituaties’ optreden. Voor- en tegenstanders proberen elkaar – alweer – te verleiden met woorden.

In ons boek ‘Vaagtaal’ waarschuwden we al voor de gevaren en gevolgen van vaagtaal, het blijft actueel. Een citaat:

"Door vaagtaal ging Nederland zelfs op oorlogspad in het verre Afghanistan. Zo gevaarlijk is vaagtaal. Onzin? De relatie tussen vaagtaal en de oorlog in Afghanistan vergezocht?

Nou kijk, vroeger was er geen grotere eer dan als soldaat te sterven voor het vaderland. Nu is daar nauwelijks nog iemand voor te porren. Ook voor de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan was aanvankelijk weinig maatschappelijke steun. Het woord ‘oorlog’ riep te veel het beeld op van uiteengereten ingewanden, uitgesmeerd over een stoffig marktplein na een precisiebombardement. Oorlog was niet te verkopen aan de Nederlandse burger en daarom politiek niet haalbaar. De politieke elite wilde bondgenoot Amerika echter niet afvallen en riep de hulp in van een taaltovenaar. Na wat politieke schermutselingen kon de Nederlandse missie dan toch doorgaan en voeren onze jongens in Afghanistan robuuste opbouwwerkzaamheden uit. Met zorgvuldig gekozen woorden heeft de regering de emotionele lading van oorlog buitenspel gezet en het maatschappelijk denken veranderd. In werkelijkheid is er natuurlijk geen verschil tussen een opbouwmissie en een oorlog. Ook tijdens opbouwwerkzaamheden worden Nederlandse soldaten uiteengereten door bermbommen en schieten kameraden elkaar per ongeluk dood in een uitwisseling van vriendelijk klinkend maar levensgevaarlijk friendly fire. Zoals dat in elke oorlog gaat.

Uiteraard was er ook kanonnenvoer nodig voor deze opbouwwerkzaamheden. Dat bleek lastig. De dienstplicht is al jaren geleden afgeschaft en niemand staat nog te springen om Jan Soldaat te worden. Gelukkig bood vaagtaal ook hier uitkomst. De soldaat is dood, lang leve de professional voor vrede en veiligheid! Wat zeg je? Jawel, professional voor vrede en veiligheid. Dat klinkt professioneel en roept een nobel en vredelievend beeld op. Dat riekt naar alles, behalve naar kanonnenvoer. En toch blijft onze professional voor vrede en veiligheid gewoon een soldaat. Met vaagtaal is de oorlog in Afghanistan veranderd in een taalkundige idylle waar je onmogelijk tegen kunt zijn. Tegelijkertijd schuilt de kracht van deze vaagtaal in een paradox. Kritiek op de opbouwwerkzaamheden is taboe. Net als hardop zeggen dat we gewoon oorlogvoeren taboe is, juist omdat we dondersgoed weten hoe gevaarlijk die opbouwwerkzaamheden zijn. Kritiek op de opbouwwerkzaamheden staat gelijk aan kritiek op onze jongens.

Een doodzonde! Wij moeten als één man achter onze jongens staan. Zij zijn het die de kastanjes voor ons uit het vuur halen. Wij zijn trots op hen, dankzij vaagtaal."

Moordende metaforen – interview Charles den Tex over de vreselijke vaagtaal van adviseurs, managers en politici

"Een project is eindig. Adviseurs spreken liever over processen, want een proces levert een onuitputtelijke hoeveelheid declarabele uren op."

In dit interview geeft adviseur en thrillerauteur Charles den Tex zijn visie op de taal van adviseurs: ‘Die honderd dagen van Balkenende komen zo uit de advieswereld. Dat was de inventarisatieronde: uurtjes schrijven zonder verplichtingen. Voor mij het bewijs dat adviesdenken – en daarmee ook de taal van de adviseur – de dienst uitmaakt in Nederland.’

Ik werd per ongeluk adviseur. Jarenlang zag ik het advieslegioen aan mij voorbijtrekken en wat konden die mannen praten! Adviseurstaal, dat is vooral heel veel inventariseren, plannen maken en implementeren. Adviseurs doen niets liever dan allerlei implementatieprocessen op de rails zetten, uiteraard voorzien van 360 gradenfeedbackrondes en een breed instrumentarium voor de benodigde tussenstops.

Het mooiste vond ik de adviseur die na drie kwartier dodelijk saai orakelen de opmerking maakte dat ‘een en ander op de interfaces natuurlijk nog moest worden afgenaaid’. De directeur voor wie dit verhaal bedoeld was, bracht zijn lege blik in stelling, leunde achterover, stak een sigaret op en zei: ‘Ik weet niet wat u precies bedoelt met “afnaaien”, maar ik heb de indruk dat u dat beter in uw vrije tijd kunt doen.’ Die man heeft mijn hart gestolen.

Uw kaarsenadviseur
In de jaren negentig wilde iedereen adviseur worden. Of consultant, dat is precies hetzelfde maar kost per uur nog een paar tientjes extra. Die adviesgekte drong pas echt tot me door toen ik een pak kaarsen kocht. Op de verpakking stond: ‘De drogist, uw kaarsenadviseur’. Zo erg was het, de drogist was geen winkelier meer, maar adviseur. Okselgeuradviseur, dropadviseur, tandpasta-adviseur…

Ik besloot die adviestaal te verzamelen en schreef er een boekje over: Van Aai-instrument tot zwaluwstaarten. Het boekje is tien jaar oud, maar nog steeds actueel, vooral omdat managers die adviestaal ‘integraal’ hebben overgenomen. Wat heeft dat boek mij een commentaar van collega-adviseurs opgeleverd. Meer dan eens is mij toegebeten: ‘Daar heb jij jezelf geen plezier mee gedaan’. De merkwaardigste beschuldiging was die van ‘nestbevuiler’, alsof zelfreflectie en kritiek op het eigen vak verboden is. Gelukkig waren er genoeg mensen die het prachtig vonden.

Verhullende wartaal
Vraag een adviseur naar zijn taak en hij zal antwoorden: ‘Ik streef ernaar om mijzelf overbodig te maken.’ Dat klinkt sympathiek, maar is pertinente onzin. Een overbodige adviseur verdient geen rode cent, vandaar dat een adviseur voortdurend streeft  naar vervolgopdrachten.

Een briljante ‘innovatie’ in de adviesbranche was het ‘proces’. Eerst waren er projecten, zoals adviesprojecten en organisatieveranderingsprojecten, maar projecten zijn altijd eindig. Natuurlijk valt er dan vaak nog wel een vervolgproject te ritselen, maar dat geeft op den duur toch onzekerheid. Nee, dan het proces: een continu proces van verbetering, innovatie en verdieping. Een ideaal en eeuwig proces met onuitputtelijk veel declarabele uren. Wat een uitvinding!

Van patiënt tot cliënt
Beeldspraak en metaforen zijn het belangrijkste taalkundige wapen van adviseurs. In principe is daar niks mis. Het kunnen heel nuttige hulpmiddelen zijn om een ingewikkeld probleem inzichtelijk te maken, maar je moet er niet in blijven steken. Veel adviseurs – managers overigens ook – vergeten dat. Ze gebruiken begrippen als toegevoegde waarde, interfaces en resultaatverantwoordelijkheid niet als metafoor, maar als werkelijkheid. In een artikel noemde ik dat de ‘moordende metafoor’.

In de zorg, bijvoorbeeld, zijn adviesmetaforen op grote schaal ‘leidend in de bedrijfsvoering’. Het ziekenhuis is een profit-centre en de patiënt is een mondige klant die geheel zelfstandig zijn zorgvraag definieert en zijn persoonsgebonden budget in een rugzakje met zich meedraagt. Dat zijn moordende metaforen die het Nederlandse zorgsysteem hebben veranderd in een waar adviseursparadijs.

Toch kunnen metaforen wel degelijk nuttig zijn. Bekijk een ziekenhuispatiënt bij wijze van gedachte-experiment eens als klant. Hoe kan het ziekenhuis deze klant nog beter van dienst zijn? Wachtlijsten, afstemming tussen specialisten, coördinatie van behandelingen, op dat soort terreinen zijn enorme verbeteringen haalbaar. Daarna is het zaak om de klantmetafoor los te laten en terug te keren naar de ‘echte’ wereld. Een wereld waar een ziekenhuis geen klanten heeft, maar zieke mensen die beter moeten worden. De rest is bijzaak.

Marktwerking
Ook de politiek is vergiftigd door beeldspraak. Met beeldspraak ontslaan politici zich van hun verantwoordelijkheid. Dat was al zo bij het paarse kabinet. Wim Kok had het bijvoorbeeld over ‘beheersproblemen’, maar niet over politieke keuzes. Door de problemen in de Nederlandse samenleving in adviestermen te presenteren, kon hij de onderliggende oorzaken onbenoemd laten. Politieke beslissingen leken zo onontkoombare bedrijfsbesluiten.

Tegenwoordig is vooral ‘marktwerking’ een veelmisbruikte kreet. Deze bedrijfsmetafoor is in onze hele samenleving tot god geworden. Ons sociale stelsel is er door afgebouwd en het onderwijs is er drastisch door veranderd. Marktwerking is namelijk meestal een ander woord voor bezuinigen.

Stel dat de regering had gezegd: ‘We gaan flink bezuinigen op zorg, onderwijs en openbaar vervoer. We schroeven onze publieke diensten terug en bouwen onze verzorgingsstaat af.’ Hoe denk je dat de burger dan had gereageerd? Met opstand en barricades! Nu heeft niemand heeft een krimp gegeven.

Vastgevroren wissels
Marktwerking op het spoor is lariekoek. Een goed spoornet is niet rendabel te krijgen. Een goed spoornet kan geen winst maken. ‘Winst’ bij de spoorwegen is beeldspraak. Geen wonder dat het ‘spoorbeleid’ voortdurend mislukt. Met begrippen als concurrentie, resultaatverantwoordelijkheid en winstgevendheid rijdt de trein echt geen seconde beter op tijd. Integendeel, we zitten opgescheept met een chronisch materieeltekort en een tot de draad versleten spoor. Bij het eerste herfstblaadje of vlokje sneeuw stort het hele spoornet als een kaartenhuis ineen. We hebben het als makke schapen geaccepteerd. Marktwerking, het moet dus wel goed zijn.

Het failliet van de BV Nederland
Laatst sprak ik op een feestje twee studenten, mijn buurmeisje en haar vriend. Ik vroeg wat ze wilden worden. Zonder aarzelen zeiden ze in koor: ‘manager’. Goed, ik ben bevooroordeeld, maar ik vind het moeilijk te geloven dat het iemands ideaal is om manager te zijn. Managers  spreken precies dezelfde taal als adviseurs. Wat is er mis met een echt vak? Waarom wil niemand meer schrijver, buschauffeur of lasser worden? Die managementgekte is zelfs overgeslagen op de echte beroepen: vakmensen moeten op managementcursus, want als ze niet in managementtermen over hun vak praten, dan tellen ze niet meer mee.

Soms lijkt het alsof de manager de nieuwe elite is in het egalitaire Nederland. Zelfs politici zien zichzelf als managers van de BV Nederland. Als gedachte-experiment is daar natuurlijk niets mis mee, maar helaas zijn veel politici vergeten dat de BV Nederland een vorm van beeldspraak is. Nederland is geen bedrijf. Problemen los je niet op door de strijd tegen terrorisme te beschouwen als veiligheidsmanagement. Of door de oorlog in Afghanistan te behandelen als opbouwwerkzaamheden. Of door over ziekteverzuim te praten als hoogurgente duurzame-inzetbaarheidsproblematiek.

Onstuitbaar
In jullie boek doen jullie de oproep om mee te vechten tegen vaagtaal. Te laat! Iedereen beschouwt deze taal al als volstrekt normaal. Vaagtaal en adviesbeeldspraak zijn voor de meeste mensen tastbare werkelijkheid. Door deze manier van spreken aan te vallen, val je mensen persoonlijk aan. De meesten zullen dat niet accepteren en hoeven het ook niet te accepteren. Kijk maar hoe managers zichzelf onmisbaar hebben gemaakt en zich afschermen met bonussen, optieregelingen en lucratieve winstuitkeringen.

De taal van adviseurs is diep doorgedrongen in de maatschappij. Helaas ook in de politiek, in het management van de BV Nederland. Wacht, misschien is er toch nog een oplossing: zet weer echte politici in de Tweede Kamer. Mensen die keuzes durven te maken. Mensen die politieke kleur bekennen. Mensen die zich niet verstoppen achter een muur van taal.

Charles den Tex
Charles den Tex, geboren in 1952, Australië. Eind jaren zeventig begon hij zijn schrijverscarrière als reclametekstschrijver om in 1984 bijna per ongeluk communicatieadviseur te worden. Daar ontstond zijn ergernis over wat hij noemt het ‘loze gewauwel’ van adviseurs. Tijdens ellenlange strategische meetings verzamelde hij adviseurstaal, wat resulteerde in de bundel ‘Van Aai-instrument tot zwaluwstaarten – Het jargon van adviseurs (Bert Bakker, 2000). Ondertussen schreef hij zijn adviesergernissen van zich af in thrillers die vaak in het grote bedrijfsleven spelen. De afgelopen 10 jaar won hij driemaal de Gouden Strop: voor Schijn van kans, De macht van meneer Miller, en CEL. Dit voorjaar verscheen zijn nieuwe thriller Wachtwoord.

Sinds enige tijd is Charles den Tex geen adviseur meer, maar schrijft hij fulltime. Hij zegt daarover: “Ondanks de adviestaal waar ik een hekel aan heb, was ik met ontzettend veel plezier adviseur. Samenwerken met echt goede adviseurs en topmanagers is inspirerend, zeker als het lukt om een goed advies te geven waar de opdrachtgever iets mee kan. Heerlijk, maar schrijven is toch leuker!”

De ergste adviseurstaal volgens Charles den Tex

Adviseren
“Adviseren is wat de adviseur het liefst zo lang mogelijk uitstelt.”

Optimaliseren
“Adviseurs zijn gek op het vrijblijvende optimaliseren. Het begrip belooft immers niets meer dan het ‘verbeteren voor zover mogelijk’.”

Interventie
“Wat is dan zo’n interventie? Meestal is het gewoon een mening. De adviseur geeft zijn mening om iemand tot de orde te roepen.”

Slagvaardigheid
“Slagvaardigheid is goed, maar te veel slagvaardigheid weer niet. De adviseur die te snel te veel gedaan wil krijgen, heeft toch niet goed begrepen hoe het in het Nederlandse bedrijfsleven toegaat. Laat staan bij de overheid.”

Draagvlak
“Het creëren van draagvlak betekent dat de adviseur een intensieve, bedrijfsbrede communicatieronde gaat voorstellen, compleet met inputfase, feedbackfase en presentatiefase. Kortom: murw beuken, net zolang communiceren totdat iedereen zegt: ‘Doe het nou maar in godsnaam, dan zijn we er vanaf’.”

Moordenden metaforen – Charles den Tex over adviseurstaal

In de nieuwe Vaagtaal! geeft ex-adviseur en thrillerauteur Charles den Tex zijn visie op de taal van adviseurs:

‘Die honderd dagen van Balkenende komen zo uit de advieswereld. Dat was de inventarisatieronde: uurtjes schrijven zonder verplichtingen. Voor mij het bewijs dat adviesdenken – en daarmee ook de taal van de adviseur – de dienst uitmaakt in Nederland.’

Lees verder in de tiende nieuwsbrief en neem eens een kijkje in het archief.

Verkiezingsdebatonlinerfestijn

De verkiezingsstrijd is verworden tot een potje elkaar vliegen afvangen met overduidelijk vooraf ingestudeerde oneliners. Het lijkt wel een reclamecampagne voor de nieuwe Mark, Job of Geert.

Een kleine greep uit de spitsvondigheden van het legertje tekstschrijvers dat zich achter de schermen van de politiek verkneukelt om de eigen scherpzinnigheid:

Halsema

  • geen verleden, maar toekomst

Wilders

  • staat pal voor Nederland
  • massa-immigratie (komt in elke van hem voor)

Pechtold

  • belooft Rutte hulp van zijn grote zus uit Brussel als het lastig wordt

Rutte

  • Bosbelasting
  • vindt Balkenende een “verkoper die met politieke woekerpolissen langs de deur gaat”

Roemer (gaat helemaal los):

  • geen maakpunten, maar breekpunten
  • Robin Hood op z’n kop (beschuldigt Rutte van stelen van de armen en geven aan de rijken)
  • het lijkt wel een wedstrijdje verplassen
  • u bent allang in ondertrouw (tegen Rutte en Balkenende)
  • ik ben nu acht weken bezig. U kunt mij van alles verwijten, maar niet dat ik te vroeg heb gepiekt

En, last but not least Balkenende

    1. u kijkt zo lief (er zijn nu zelfs t-shirts te koop met die tekst)