Maandelijks archief: augustus 2013

Fictionele droom | lezen zonder leeshordes

Het is de eerste mooie zomerdag van het jaar. Je gaat een dagje naar zee. Lekker lezen op het strand met een spannend boek van Guus Kuijer. Je spreidt je badhanddoek uit en gaat zitten. Even wiebelen zodat je billen perfect in het zand passen…

Toen Mark wakker werd, was het wonderlijk stil in huis. Alleen zijn horloge lag luid te tikken op het tafeltje naast zijn bed. Verder geen geluid. Ook buiten geen geronk van auto’s, geen kinderstemmen, niets dan fluitende vogels en blaffende honden. Toch was het al licht. Dat kon je zien, dwars door de gordijnen heen. Mark keek op zijn horloge. Het was halfacht, een mooie tijd om op te staan.
(uit “Pappa is een hond” van Guus Kuijer)

Opeens is het boek uit. Je armen en benen doen pijn, je gezicht is roodverbrand door de felle zon. Al die tijd was je zo geconcentreerd dat je vergat dat je aan het lezen was. Al die tijd was je in trance. Je leefde in het verhaal. Je was één met het verhaal. Je hebt een ‘fictionele droom’ gehad.

Beleef de fictionele droom!

Stel je nu eens de omgekeerde situatie voor. Stel dat Guus Kuijer zijn boek zo was begonnen:

D.d. 12 mei 1976 ontwaakte Mark van den Berg om halfacht ’s ochtends. Naar verluidt was het zodanig stil dat Mark van den Berg alleen zijn horloge (een ouderwets kinderhorloge dat tweemaal daags dient te worden opgewonden opdat het enigszins de correcte tijd weergeeft) hoorde tikken. Verder waren er op de wijzerplaat van het horloge diverse figuren afgebeeld, maar daar dat voor dit verhaal niet relevant is, gaat de auteur van dit boek daar verder niet op in. Buiten hoorde Mark van den Berg geen geluiden anders dan voortgebracht door dierlijke wezens. Zo hoorde hij expliciet niet het motorgeluid van auto’s, noch het stemgeluid van kinderen.

Dan had je zeker geen fictionele droom, maar was je voortdurend over leeshordes gestruikeld: te lange zinnen, formele formuleringen, irrelevante informatie en irritante onderonsjes met de schrijver.

Wat zou het mooi zijn als iedere tekst je meesleurt in een fictionele droom. Nooit meer worstelen door een onbegrijpelijk jaarverslag. Nooit meer zuchten en steunen achter een vuistdik rapport. Je zou je ’s ochtends bij het ontbijt al handenwrijvend verheugen op die leuke projectrapportage. Of wat te denken van die spannend geschreven financiële bijsluiter?

Overdreven? Nee! Lezers willen een soepele tekst, of dat nu een spannende roman of een zakelijk document is. Hoe bereik je dat? Door zó te schrijven dat niets de lezer uit zijn fictionele droom haalt, door alle leeshorden op te ruimen. Hou bij het schrijven steeds het beeld van de fictionele droom en de leeshordes voor ogen. Je lezer zal je dankbaar zijn.

Ruim al die leeshordes op

Beter schrijven? Verdeel en heers, ga schrijven in vijf stappen en houd je aan de 25 elementaire schrijfregels.

(Foto’s via Flickr.com, respectievelijk van randysonofrobert en tracy_olson)

Schrijven in 5 stappen | Stap 1 Doel van de tekst

Stap 1 | Doel van de tekst

Schrijven in vijf stappen - stap 1 Doel
In deze eerste schrijfstap kijk je van een afstandje naar de schrijfopdracht. Welke boodschap wil je overbrengen en wat wil je met je tekst bereiken? Ook kijk je naar de doelgroep. Je kunt het doel van de tekst immers alleen bereiken als je weet wie je lezers zijn en welk soort tekst het beste past bij deze doelgroep.

De drie belangrijkste vragen van deze schrijfstap zijn:

  • wat wil je met de tekst bereiken?
  • welke boodschap wil je overbrengen?
  • voor wie schrijf je?

Pas als je het antwoord op deze drie vragen weet, kun je écht voor je lezer schrijven (elementaire schrijfregel 1) en weet je wat je wilt zeggen (elementaire schrijfregel 2).

25 Elementaire schrijfregels | Schrijven in vijf stappen

1. Wat wil je met de tekst bereiken?

Wat je wilt bereiken met de tekst bepaalt voor een belangrijk deel hóe je schrijft en welke informatie je nodig hebt. Een tekst kan één van de onderstaande vijf doelen hebben, of een combinatie van deze doelen, waarbij meestal één doel de boventoon voert.

  • informeren | de tekst bevat informatie, waarmee de lezer zijn kennis vergroot
  • adviseren | de tekst bevat een advies, zodat de lezer betere beslissingen kan nemen
  • voorspellen | de tekst bevat een voorspelling, zodat de lezer zich hierop kan voorbereiden
  • verklaren | de tekst geeft een verklaring, zodat de lezer iets begrijpt of overtuigd wordt van de juistheid van de verklaring
  • amuseren | de tekst amuseert, zodat de lezer zich vermaakt en ontspant

Soms zul je impliciet een ander doel hebben dan in de tekst naar voren komt. Je schrijft bijvoorbeeld een detectiveroman om daar geld mee te verdienen. Je lezer zal het boek echter niet kopen om jouw portemonnee te spekken, maar om zich te vermaken. De tekst moet dus onderhoudend zijn; van jouw persoonlijke doel merkt de lezer niets.

2. Welke boodschap wil je overbrengen?

De essentie van een tekst, of dat nu een kattebelletje of een kloek meerdelig werk is, moet je in één zin kunnen weergeven. Dat is de ‘centrale boodschap’ van jouw tekst. Denk hier goed over na en controleer tijdens het schrijven voortdurend of alle woorden, zinnen en alinea’s écht bijdragen aan het overbrengen van deze ene boodschap.

Op het eerste gezicht lijkt het makkelijk om de centrale boodschap van een tekst te bepalen, maar helaas is die lang niet altijd duidelijk. De opsteller van een financieel maandrapport vindt bijvoorbeeld dat zijn rapport gaat over de ontwikkelingen van de afgelopen maand, terwijl de algemeen directeur alleen geïnteresseerd is in de belangrijkste afwijkingen van het gebudgetteerde verloop.

De volgende vragen helpen bij het vaststellen van de centrale boodschap van je tekst:

  • Wat mag de lezer absoluut niet vergeten?
  • Wat moet de lezer gaan doen na het lezen?
  • Hoe moet de lezer zich voelen na het lezen?

3. Voor wie schrijf je?

Als je weet voor wie je schrijft, kun je de tekst aanpassen aan de verwachtingen en behoeften van de lezer. Soms is de doelgroep echter zo divers dat het beter is om meerdere teksten op te stellen. De directeur marketing heeft immers heel andere behoeften dan de aandeelhouder. Ook de tekstsoort is afhankelijk van de doelgroep: een klachtenbrief heeft een heel andere structuur dan een jaarrekening of een bedankbriefje aan de buurvrouw voor het verzorgen van de goudvis.

 

Na deze eerste stap van het schrijfproces weet je al heel veel over de tekst:

  • wat je met de tekst wilt bereiken
  • wat de boodschap van de tekst is
  • voor wie je de tekst schrijft

Op naar de volgende stap.

25 Elementaire schrijfregels | Schrijven in vijf stappen

Schrijverstype | Vijf manieren om je tekst te verprutsen

Schrijven verdient aandacht, tijd en heel veel oefening. Door veel te schrijven, ontdek je wat voor jou werkt. Misschien ben jij zo iemand die alleen kan schrijven met een twintig jaar oude vulpen. Of krijg jij pas echt inspiratie als er op de achtergrond een symfonie van Beethoven klinkt? Ga op onderzoek uit, experimenteer, oefen en ontdek hoe jij het beste schrijft. De onderstaande vijf manieren leveren in ieder geval géén goede tekst op. Herken jij jezelf in één van deze schrijftypes? Dan is het de hoogste tijd om het eens op een andere manier te proberen.

De schermstaarder
De schermstaarder is een ongeduldige perfectionist. Alles moet in één keer goed. Toch verdwijnt het merendeel van zijn schrijfsels meteen weer achter de deleteknop. Het grootste probleem van de schermstaarder is dat hij alles tegelijkertijd wil doen. Terwijl hij nog hard nadenkt over de centrale boodschap van zijn tekst, is hij ook al druk bezig met het formuleren van zinnen en met de eindredactie. Ieder woord moet taalkundig en grammaticaal kloppen, en dat terwijl hij nog helemaal niet weet waar hij eigenlijk over schrijft. Alles tegelijk, dat werkt niet. De arme hersens van de schermstaarder raken oververhit en dat leidt al snel tot een onwrikbare schrijfblokkade. Schermstaren is daarom een uiterst tijdrovende manier van schrijven met bar weinig resultaat.

Schermstaarder

De van-uitstel-komt-afsteller
Alle zegen komt van boven, net als inspiratie. De van-uitstel-komt-afsteller dwingt inspiratie niet af, maar wacht er geduldig op. Zolang de muze hem niets heeft ingefluisterd, begint hij niet met schrijven. En dat komt mooi uit, want dan kan hij nog even snel zijn ladeblok ordenen en naar zijn collega wandelen voor een praatje. Telkens als de van-uitstel-komt-afsteller inspiratie voelt komen, is er wel weer iets dat zijn aandacht vraagt… en ja hoor, dan is het alweer lunchtijd. Pas op het allerlaatste moment, als de deadline angstaanjagend dichtbij komt, ramt de van-uitstel-komt-afsteller nog even snel een kladje uit de pc. Met een verontschuldigend schouderophalen levert hij het op de valreep in: ‘Ja, meer dan een schets is het niet. Je weet wel, hè, drukdrukdruk.’

Schermstaarder

De knip-en-plakker
Schrijven? Dat is een kolfje naar de hand van de knip-en-plakker. Nou ja, schrijven? De knip-en-plakker beheerst de knip-en-plakfunctie van Word tot in alle finesses. Hij gaat meteen voortvarend aan het werk en tovert met een paar muisklikken een compilatie van zinnen en alinea’s uit oude teksten op het scherm. ‘Zo, dat is ook weer klaar,’ zegt de knip-en-plakker na een kwartiertje noest muisgeschuif. Arme lezer! Die krijgt een tekst voorgeschoteld die als los zand aan elkaar hangt. De toon van de tekst, de manier van schrijven en het onderwerp wisselen per alinea en soms zelfs per zin. De tekst van een knip-en-plakker is vaak veel te lang: het schrijven ging zo vlotjes dat hij er voor de ´duidelijkheid´ nog een paar extra alinea’s aan toevoegde.

Schermstaarder

De woordkabbelaar
De woordkabbelaar gaat meteen enthousiast aan het werk en bedenkt – in tegenstelling tot de knip-en-plakker – wel alles zelf. Nou ja… bedenken… de woordkabbelaar begint in het wilde weg te schrijven en ziet wel waar het schip strandt: ‘Zo, die zin staat er, maar ach, dat is ook nog wel interessant om te melden. En dit kan er ook nog wel even bij.’ Zo kabbelt de woordkabbelaar maar voort. Zin na zin groeit de tekst tot een meanderende rivier die nergens begint en ook nergens eindigt. De woordkabbelaar houdt van schrijven. Hij orakelt maar door en houdt op geen enkele manier rekening met zijn lezer. De woordkabbelaar is te vergelijken met de spreker die zijn presentatie begint met de woorden: ‘Ik zal het kort houden’. Dan weet je zeker dat het een lange, héél lange, zit gaat worden.

Schermstaarder

De vormgevingsfanaat
De vormgevingsfanaat verwart verpakking met inhoud. Hij besteedt veel tijd aan de opmaak van zijn tekst, maar vergeet tijd te reserveren voor het schrijven. Iedere zin is perfect uitgelijnd en voorzien van beginkapitaal en fijne ligaturen. De tekst van een vormgevingsfanaat ziet er gelikt uit en de verwachtingen van de lezer zijn dan ook meteen hooggespannen. Helaas komen die verwachtingen slechts bij hoge uitzondering uit.

Schermstaarder

Beter schrijven? Verdeel en heers, ga schrijven in vijf stappen en houd je aan de 25 elementaire schrijfregels.

(Foto’s via Flickr.com, respectievelijk van Thirdangel, dhammza, looseends, Wisdom72 en kpratt)

 

Regel 2 | Weet wat je wilt zeggen | over overloos gezwets

Schrijven doe je niet zomaar. Je wilt iets bereiken met je tekst. Je hebt een doel. Misschien wil je een potentiële klant tot kopen aanzetten, of wil je collega´s wijzen op de financiële gevolgen van de levensloopregeling. Een tekst is dus méér dan een verzameling woorden op een A4’tje of beeldscherm. Het is jouw boodschap aan de lezer.

25 Elementaire schrijfregels | Schrijven in vijf stappen

Om je doel te bereiken, moet je eerst wat voorwerk verrichten. Dat begint met het vaststellen van het doel zelf: wat moet de lezer doen nadat hij jouw tekst heeft gelezen? Wat moet hij absoluut onthouden? Het is een slecht teken als je moeite hebt om in één zin het doel van de tekst te formuleren. As jij al niet weet wat het doel precies is, hoe moet de lezer dat dan uit jouw tekst halen?

Op het moment dat je precies voor ogen hebt wat je te zeggen hebt, gaat het schrijven eigenlijk vanzelf. Pas dan is volstrekt duidelijk welke informatie je wél en welke informatie je níet moet vermelden. Als jij in een rapport wilt benadrukken hoe zorgwekkend de financiële situatie van jouw afdeling is, zal je bijvoorbeeld niet snel ingaan op het geplande afdelingsuitje in een duur restaurant. Net zo min als je die tekst zult gebruiken om en passant nog even je collega te feliciteren met de geboorte van haar derde kind.

25 Elementaire schrijfregels | Schrijven in vijf stappen

Regel 1 | Schrijf voor je lezer | over tekstuele zelfverheerlijking

Wie het ook is, je lezer heeft het vre-se-lijk druk. Dagelijks wordt hij overspoeld door tientallen brieven, e-mails, mededelingen, kranten, tijdschriften en nieuwsbrieven. Je begrijpt dat jouw tekst al snel onderop de stapel verdwijnt, tenzij je de lezer écht weet te boeien. Je krijgt maar één kans. Een paar woorden. Een fractie van een seconde. Als je die verpest, verdwijnt je tekst meteen ongelezen onderop de stapel.

25 Elementaire schrijfregels | Schrijven in vijf stappen

Jij vraagt kostbare tijd van je lezer. Daar wil hij wel iets voor terug: een tekst die precies aan zijn wensen voldoet. Niets meer en niets minder. Hoe doe je dat? Hoe schrijf je een tekst die een lezer op het lijf geschreven is? Begin maar eens met je ideeën over je lezer radicaal terug te schroeven. Je lezer is onwetend en lui. Althans, onwetender en luier dan je denkt. Jij denkt dat je lezer aan een half woord genoeg heeft? Jij denkt dat je lezer uit jouw woordenbrij precies die informatie haalt die hij nodig heeft? Jij denkt dat jouw lezer staat te springen om zich door wéér een vuistdik rapport te worstelen? Niet dus.

Zelfs als je denkt te weten wat je lezer wel en niet aankan, moet je toch rekening houden met die nét even andere lezer. Je schrijft een nieuwsbrief voor een groep collega’s? Dan komt die ook terecht in het postvak van de kantinedame en de algemeen directeur, die beiden geen kaas hebben gegeten van jouw afdelingsjargon. Je schrijft een e-mail aan je familie over je vakantie? Dan leest ook jouw down-to-earth tante mee, die niks begrijpt van Engelse woorden als wellness, floaten en full body peelings. Je schrijft een rapport voor een groep vakgenoten? Dan zit er ook een beginnende medewerker bij, fris van het uitzendbureau, die jouw afkortingen helemaal niet begrijpt.

tekstduiveltjeWie is je lezer?
Schrijven voor de lezer stelt uiteraard voorop dat je weet wie die lezer is. Alleen dan kun je je tekst aanpassen aan zijn verwachtingen en behoeften. Bedenk eerst wie jouw tekst allemaal gaan lezen. Kies uit deze groep vervolgens de meest onwetende en neem deze lezer in gedachten: die tuttige collega, de postbode of gewoon je tante uit Ommen.

Wen er maar aan dat deze lezer vanaf dat moment als een lastig duiveltje over je schouder meekijkt terwijl je aan het schrijven bent. Bij iedere keuze die je maakt, bij ieder woord dat je schrijft, fluistert dat duiveltje hinderlijk in je oor. Besluit je je onwetendheid te verbergen achter een abstracte zin als ‘een van onze missies is duurzaamheid’? Dan eist dat duiveltje concrete taal: ‘voor huisbezoeken gebruiken onze medewerkers de fiets, om zo de uitstoot van broeikasgassen te verminderen’. Vind jij het wel zo gemakkelijk om een tekst uit een informele e-mail te gebruiken voor het jaarverslag? Dan schreeuwt dat duiveltje: stijlbreuk! Hou jij teksten lekker afstandelijk met passieve formuleringen, zoals: ‘er wordt nagedacht over maatregelen’? Dan vraag dat duiveltje kinderlijk naïef: ‘wíe is het die maatregelen overweegt?’

Tors dat duiveltje op je schouder niet als zware last mee, maar geniet van zijn vragen. Speel met je tekst en ga op zoek naar andere lastige duiveltjes. Laat je tekst lezen door een collega of familielid en vraag om eerlijk commentaar. Pas de tekst vervolgens aan, net zo lang tot je denkt dat je lezers volkomen tevreden zijn over het resultaat.

25 Elementaire schrijfregels | Schrijven in vijf stappen

van vaagtaal naar graagtaal

Van vaagtaal naar graagtaal met 25 elementaire schrijfregels

Je schrijft omdat je je lezer iets te zeggen hebt. Je schrijft, dus je wilt dat je lezer begrijpt wat je bedoelt. Dat doe je door zo eenvoudig en toegankelijk mogelijk te formuleren. Hoe? Door je aan 25 elementaire schrijfregels te houden.

Wie schrijft, wil gelezen worden. Je schrijft dus niet om te snoeven met moeilijke woorden en lastig te interpreteren zinnen. Integendeel. Wie schrijft, komt zijn lezer volledig tegemoet met een formulering die precies aansluit bij de wensen van zijn lezer (regel 1), en met een boodschap die maar op één manier te interpreteren is (regel 2). Dat is de basis van de 25 elementaire schrijfregels. Wie zich aan deze eerste twee regels houdt, past de overige 23 regels al bijna automatisch toe.

Werk in uitvoering
De komende maanden verschijnt hier regel voor regel een overzicht van de 25 elementaire schrijfregels, inclusief schrijftips, oefeningen en handige lijstjes voor naast het beeldscherm.

Veel resultaat met weinig moeite
Misschien heb je wel eens van de 80/20-regel gehoord? Tachtig procent van de omzet haalt een bedrijf bij twintig procent van z’n klanten. Besteed daarom de meeste tijd, geld en aandacht aan die twintig procent en je zit financieel op rozen. De 80/20-regel geldt ook voor schrijven: je kunt je tekst snel verbeteren door je aan een paar schrijfregels te houden.

schrijven in vijf stappenSchrijven in 5 stappen
Vind je schrijven lastig? Wil je tekst maar niet vlotten? Zit je hopeloos vast? Waarschijnlijk probeer je dan van alles tegelijk te doen. Gelukkig is er een simpele manier om makkelijker te schrijven: verdeel en heers! Probeer niet alles in één keer te doen, maar deel het schrijfproces op in stappen. De 25 elementaire schrijfregels hebben we dan ook verdeeld over 5 schrijfstappen.

Schrijven in 5 stappen: eerst bepaal je het doel van de tekst (stap 1) en vervolgens welke informatie je nodig hebt om dit doel te bereiken (stap 2). Heb je dat allemaal op een rijtje, dan bedenk je in welke volgorde je die informatie aanbiedt (stap 3) en hoe je de tekst op een toegankelijke manier formuleert (stap 4). Ten slotte zet je de puntjes op de i (stap 5) en voilà, je bent al klaar!

Oefening baart kunst
Kies wekelijks een van de 25 elementaire schrijfregels en besteedt daar de hele week extra aandacht aan. Probeer zeker niet om alle regels tegelijkertijd in je teksten te verwerken, maar werk ze stuk voor stuk door. Zodra je er een onder de knie hebt, ga je verder met een andere regel. Langzaam maar gestaag word je zo een betere schrijver. Je lezer zal je dankbaar zijn!

De auteurs, taalliefhebbers Cathelijne de Busser en Arjen Ligtvoet, bundelen met deze 25 elementaire schrijfregels hun jarenlange ervaring als schrijftrainer bij www.tekstridder.nl. Ook vechten Cathelijne en Arjen op www.vaagtaal.nl met een knipoog tegen vaag, ergerlijk en misleidend taalgebruik. Vecht ook mee op Twitter en LinkedIn.

25 elementaire schrijfregels – vernieuwd!

Duidelijk schrijven is helemaal niet moeilijk. Hou je gewoon even aan de onderstaande 25 elementaire schrijfregels! Tenzij je bewust afwijkt van de regels, dan mag het weer wel.

Hier zijn de 25 elementaire schrijfregels als pdf. Hou vaagtaal in de gaten. De komende tijd volgt meer uitleg over de regels.

STAP 1: DOELGROEP EN DOEL

1. Schrijf voor je lezer – over tekstuele zelfverheerlijking
2. Weet wat je wilt zeggen – over oeverloos gezwets

STAP 2: INFORMATIE

3. Vermeld wat je lezer nodig heeft – over ontbrekende en overbodige informatie

STAP 3: STRUCTUUR

4. Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort – over onlogische tekststructuur
5. Zet woordwegwijzers in – over verdwaalde lezers

STAP 4: FORMULERING

6. Hoe concreter hoe beter – over abstracte taal
7. Gebruik alledaagse taal – over ouderwetse en formele uitdrukkingen
8. Voorkom lijdend leed – over onpersoonlijke passieve zinnen
9. Vervang eufemismen – over ontwijkende taal
10. Formuleer positief – over het woordje ‘niet’
11. Denk na over jargon – over woorden die lezers buitensluiten
12. Wees kritisch over Engels – over onnodig Engels
13. Schrijf afkortingen uit – over ontluisterende afko’s
14. Maak korte zinnen – over voortkabbelende zinnen
15. Haal je zinnen uit de tang – over tangconstructies
16. Schrap overbodige woorden – over veel te lange teksten
17. Vermijd voorzetseluitdrukkingen – over ‘in het kader van’
18. Laat werkwoorden hun werk doen – over de naamwoordstijl
19. Verwijder voor- en achtervoegsels – over [door]pakken en werk[elementen]
20. Let op overbodige spaties – over uiteengerukte woorden
21. Pas op voor dodelijke bullets – over ontspoorde opsommingen
22. Vermijd formuletaal – over clichés en standaardzinnen
23. Hou je aan één stijl – over stijlbreuken

STAP 5: EINDREDACTIE EN OPMAAK

24. Denk aan spelling en grammatica – over storende taalfouten
25. Zorg voor een logische opmaak – over visuele chaos

Hier zijn de 25 elementaire schrijfregels als pdf.

Hou vaagtaal in de gaten. De komende tijd volgt meer uitleg over de regels.

Vaagtaal Top 100. Cursus duidelijk schrijven: tekstridder.