De haarziekte – akelig vaagtaalsymptoom?

Waar komt die niet te stuiten drang tot haarzeggerij toch vandaan? De staat en haar vijanden. Het fonds en haar rendement. Het management en haar verantwoordelijkheid.

De grammaticaregel lijkt zo simpel: naar een mannelijk of onzijdig woord verwijs je met ‘zijn’. Toch klinkt dat kennelijk voor velen niet goed genoeg. Is de associatie met het vrouwelijk geslacht taalkundig soms prettiger?

Haar in plaats van zijn is meestal alleen maar hinderlijk, maar soms een ware puzzel. Neem deze zin uit een streekroman:

  • ‘De man en haar geheimen.’

Gaat het hier om de geheimen van de man? Of heeft zijn mysterieuze maîtresse allerlei geheimen? Wie het weet, mag het zeggen (info@vaagtaal.nl).

Ook Onze Taal maakt zich druk om haar.

7 gedachten over “De haarziekte – akelig vaagtaalsymptoom?

  1. Wim Nelis

    De regel mag eenvoudig zijn, doch ik weet niet welke woorden vrouwelijk of mannelijk zijn: bij beide wordt het bepalend lidwoord “de” gebruikt.

  2. admin Bericht auteur

    Beste Wim,

    Klopt. Helaas zit er soms niets anders op dan bladeren in een woordenboek.

    Hartelijke groet,

    Arjen

  3. Bas

    Ik en mij collega’s vechten er regelmatig om. We zijn hier met 5 tekstschrijvers en er is een merkwaardige overeenkomst tussen afkomst en zijn/haar-voorkeur: boven de rivieren kiest voor zijn, onder de rivieren (inclusief Vlaanderen) voor haar.

    Natuurlijk is de man en haar geheimen duidelijk fout, maar ik kies zelf ‘het bedrijf en haar medewerkers’, wanneer ik het bedrijf warmer willen maken, en ‘het bedrijf en zijn medewerkers’ als het er wat zakelijker aan toe gaat.

    Ik maak me dus drukker om het gevoel van de tekst dan om de archaïsche spellingsregels van het groene boekje. Ik ben dan ook een goedkope, op effect gerichte copywriter. Mijn favoriete stijlzonde is een komma of een punt voor ‘en’ ;).

  4. hanny

    Het probleem van de haarzeggerij moet natuurlijk niet ontaarden in haarkloverij, maar ik denk dat de moeilijkheid hem misschien zit in het feit dat nederlanders niet meer weten of een de-woord mannelijk dan wel vrouwelijk is – Vlamingen schijnen dat nog wel te weten of aan te voelen. Het grammaticale geslacht komt niet overeen met de betekenis van een woord, dus in theorie zou ‘de man’ best een vrouwelijk woord kunnen zijn. Maar omdat we het niet meer weten, slaan we er maar een slag naar.
    Ik weet niet hoe je dat kunt oplossen, behalve dat een zeker taalgevoel je zou kunnen ingeven dat ‘de staat’ toch echt mannelijker klinkt dan bijvoorbeeld ‘de zon’, of ‘de maan’ (ik doe maar een gooi). Een het-woord moet natuurlijk altijd worden aangeduid met ‘zijn’, tenzij het een meisje/vrouw/vrouwtje aangeeft. Haar-overtreders misschien konsekwent aanspreken met Mevrouw?

  5. Bernard

    Er zijn wel regels mbt mannelijk en vrouwelijk. Woorden op -ing zijn bijvoorbeeld bijna altijd vrouwelijk (‘het ding’ is een mooie uitzondering) en daar zou je dus met ‘zij’ en ‘haar’ naar kunnen verwijzen. Als je daar zin in hebt.

    Ik geef in Luxemburg Nederlands aan volwassen anderstaligen en hanteer bij de volstrekte beginners (niveau A1) vaak maar de stelregel: naar ‘de’-woorden verwijs je met ‘hij’, ‘hem’ en ‘zijn’ en naar ‘het’-woorden met ‘het’ en ‘zijn’ (en ‘er-‘), tenzij je zeker weet dat het een vrouwelijk levend wezen betreft (zoals ‘de vrouw’ of ‘het meisje’). Als mensen niveau C2 bereiken zijn ze er misschien aan toe om ingewijd te worden in de gecompliceerde wereld der Nederlandsche Geschlachten. Belangrijk of nuttig lijkt me dat echter niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>