Biiii!

‘Biiiiii! Biiiiiiiiiiihiiiiiii! Biiiiii!,’ gilt Elsa. Dikke tranen rollen over haar wangen.

‘Daar is je bi,’ zeg ik terwijl ik naar haar poppenwieg wijs. Elsa drentelt er naartoe, steekt de bi in haar mond en snuift tevreden. Elsa wil geen speen, Elsa wil bi. Waarom heet dat ding bi? Geen idee, maar ik heb dat woord snel van haar overgenomen, al was het maar om de lieve vrede te bewaren.

Elsa werd anderhalf en ging voor het eerst naar de crèche. ‘Het ging best goed,’ zei de leidster, ‘maar wat is toch bi? Ik begreep haar niet en dan werd ze me toch kwaad.’

Zo gebruikte Elsa op de crèche een woord dat alleen bij ons thuis bekend is. Bi leidde bij de leidster tot verwarring en bij Elsa tot frustratie en woede. Voor Elsa was bi duidelijk, voor de leidster van de crèche niet. Bi was vaagtaal.

De volgende dag sprak de leidster natuurlijk ook bi. En bi bekt lekker, zo lekker dat de kinderen in Elsa’s groep nu ook een bi hebben. Op hun beurt hebben zij bi ingevoerd in hun gezin. Geleidelijk aan verovert bi zo de hele crèche, het hele dorp en wie weet heel Nederland. Taal is een veranderlijk wezen en bi is vaagtaal-af.

Of, zoals Elsa zegt: ‘Biiii! Mooooi!’

Een gedachte over “Biiii!

  1. Bus Showfeur

    Jawel, zo gaan die dingen. Ik mag het werkwoord ‘SmoezeMoeSen’ aldus op mijn staat van conduite bijschrijven. Niet via de crèche, maar in een steeds groter wordende kring alhier te lande wordt het gebruikt. In het verlengde ervan ligt natuurlijk het zelfstandig naamwoord ‘SmoezeMoeSje’. Het succes dankt het niet allen aan het betere ‘bekken’ dan de gekende afkorting, doch tevens aan de suggestie van de inhoud, die de woorden oproepen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>